Onderdeel van een lang abstract werk van 2,5 km van meerdere kunstenaars dat zich vanaf het perron uitstrekt door de metrobuis. Het is een kinetisch optisch kunstwerk, waarvan het visuele effect alleen te ervaren is vanuit een bewegende metro. Het kunstwerk heeft als thema beweging.
De schilderingen in de voormalige trouwzaal op alle vier de muren maken onderdeel uit van een interieurensemble. Het plafond is ook beschilderd door Chris Lebeau en ook de ontwerpen voor de glas in lood ramen zijn van zijn hand.
In de raadzaal van 1925 muurschilderingen van J. Thorn Prikker en een muurschildering van Karel Appel in de voormalige kantine.
In de hal is een gesigneerde wandschildering van Aart van Dobbenburgh aangebracht die langs drie zijden een brede band van expressionistische vormgegeven vogels in pastelkleuren laat zien. (Gemeentelijk monumentnummer: 205026)
Wandschildering in de hal en de aula van de oosterbegraafplaats. Het aulagebouw, de inrichting en de wandschildering zijn sinds 2003 Rijksmonument. Kunst en architectuur vormen hier een organische eenheid.
Een muurschildering van een mythisch dier is geschilderd in één dikke, witte lijn. Het is geschilderd in opdracht van het Stedelijk Museum. In deze periode had het museum hier een depot.
In het oudste gedeelte van het gevangeniscomplex werd tijdens de verbouwing in 1959 een nieuwe recreatiezaal neergezet aansluitend aan de Kapel. De noordwand van deze ruimte is geheel voorzien van acht blinde vensters. In vijf blindvensters zijn schilderijen aangebracht. Deze vijf voorstellingen stellen van oost naar west de “spelen”, “reizen”, “bouwen”, “dans en museum”, en “natuur” voor. Lange tijd bleven de schilderijen onaangeroerd en een beetje vergeten.
Muurschilderingen door C.A. (Kees) Dunselman en M. Wiegman. Sommige bronnen (Monumenten in Nederland. Noord-Holland en Reliwiki) schrijven schilderingen aan J. Dunselman toe.
Absisschildering, muurschilderingen en polychromie.
De kruiswegstaties op linnen, zijn geschilderd door A. Brouwers. Ze zijn in 1890 in de plaats gekomen voor de staties, die in 1840 door J.F. Hutten (Tilburg) waarschijnlijk als fresco's direct op het onderliggende pleisterwerk zijn geschilderd. (bron: Reliwiki)