Muurschildering toont fragmenten van biddende man in devotionele houding met op achtergrond klassieke zuil met archivolt (boog). Fragmenten nu in collectie Stedelijk Museum Breda, afkomstig uit woonhuis Visserstraat, nr. 18 in Breda. Voormalig woonhuis van Willem van Galen. In kist.
In transepten heeft P. van den Boer in 1896 muurschilderingen vervaardigd met als onderwerp de offers van Abraham en Melchisedech. Eén afbeelding gevonden op Reliwiki.
De meest zuidelijke koorzijbeuk, het Sint Nicolaaskoor, is onder meer versierd met weegschalen, mortieren of vijzels met stampers; dit waren de emblemen van het kramersgilde en ook attributen van St.-Nicolaas, de schutspatroon van dit gilde.
(Kolman, C. [et.al.], 1997)
Het interieur is verrijkt met gewelfschilderingen van C. Vrensen
(1866-'67), fresco's van J.P. Peeters, polychroomwerk van F. van der Vlist (1886 en
1890) en schilderingen van A. van Bokhoven (1906-'09); zij het dat dit alles sterk is
aangetast door een brand die in de kerk heeft gewoed.
(Kolman, C. [et.al], 1997)
Zestiende eeuwse wandschilderingen met taferelen uit het lijdensverhaal van Christus,
naar het voorbeeld van de houtsneden van de ‘Grote Passie’ van Albrecht Dürer.
Muurschildering in de serre, een boom en een molen is afgebeeld op de wand met ramen en een muurschildering aangrenzend, afgebeeld is een huis, muur en twee personen. Beschadigingen.
"Dit gewelf toont een rijke, zwaar opgehaalde, beschildering met heiligen-figuren, passie-emblemen en rankornament, schenking van Philips van Cleve Ravenstein (overleden 1521), wiens wapen in een der gewelfschelpen prijkt.” (beschrijving in Rijksmonumentenregister)
"Gewelfschildering (XV B) in het koor: bloem- en bladornament, alsmede een om den Zaligmaker gegroepeerde reeks van heiligen en engelen met passiewerktuigen
(sterk gerestaureerd).” (Voorlopige lijst, Noord-Brabant, p. 163)
"De lambriseringsband is ongeveer 27 cm hoog en bestaat uit twee okergele banden van 3,5 à 4 centimeter met daartussen een lichtgele ondergrond met daarop figuratieve afbeeldingen van militairen die in optocht voor de kijker van rechts naar links lopen. In totaal zijn tien (posities van) figuren van ongeveer 16 cm hoog zichtbaar waarvan de eerste drie en de laatste twee figuren zo beschadigd zijn dat ze nauwelijks nog te herkennen zijn. Het blijkt te gaan om een herhalend patroon van vijf figuren die met hulp van een sjabloon geschilderd zijn en de voorstelling heeft een vrolijk dan wel ludiek, of licht spottend karakter.” (Wijnen, 2024, p. 10)