Items
-
Ram of leeuwFragment waarop waarschijnlijk een ram is afgebeeld. De ram is het dier dat door Abraham in plaats van zijn zoon werd geofferd, en wordt hierom in verband gebracht met Christus. Het dier is aangegeven door eenvoudige okerrode contouren. Het langgerekte lichaam is gericht naar de boom. Hij heeft een lange staart die om en boven het lijf is gedraaid. De punt van de staart wordt aangegeven met een leliemotief. De staart lijkt niet bij de kop te passen. De kop is het enige wat het dier op een ram doet lijken, door de vorm en de hoornen. Een van de voorpoten houdt hij omhoog, de hoef is echter verdwenen. rode oker op kalk
-
BoomOp de drie oostelijke gewelfvlakken van het koorgewelf zijn fragmenten van schilderingen gevonden. Op de middelste van de drie gewelfvlakken is een boom te zien. De boom bestaat uit een okerrode stam, die naar boven spits toeloopt, met aan weerszijden takken en bladeren. Rechts naast de stam zijn de vele takken en bladeren geschilderd in rode oker. Aan de linkerkant zijn deze blauw en duidelijk minder in aantal. Waarschijnlijk is de boom hier een beeld van Christus: de boom der kennis van goed en kwaad. rode oker en blauw op kalk
-
Fragment van een tekstIn het midden van de gordelboog tussen de vijfde en zesde travee is, aan de onderkant, een fragment van een tekst bewaard gebleven. Er zijn drie letters te zien: 'R E T....', geschilderd in rode oker. De letters zijn iets vervaagd maar nog duidelijk leesbaar. rode oker op kalk
-
Restant van een figuurOp het oostelijke gewelfvlak zijn restanten van een schildering aangetroffen. Deze is weliswaar erg fragmentarisch, maar het lijkt de rechterkant van een figuur te zijn. Rechtsonder zijn enkele okerrode en blauwe kleurvlakken geschilderd; deze lijken sterk op draperieën van een gewaad met daarover een mantel. Boven dit fragment zijn eveneens enkele okerrode en blauwe kleurvlakken aangetroffen. Het bovenste fragment doet aan als de schouder van een figuur in een blauw gewaad waaromheen een okerrode mantel is geslagen. Om de figuur heen zijn okerrode vlakken met zwarte lijnen aangetroffen waaruit niet op te maken valt wat hier oorspronkelijk geschilderd was. onbekend, okers op kalk
-
DierRestanten van een dier zijn op de sluitsteen van de vierde travee bewaard gebleven . Hiervan zijn alleen het onderlijf, een deel van de staart en een deel van de kop te zien, die erg minimaal zijn weergegeven waardoor het niet duidelijk is welk dier hier precies geschilderd is. Het kan zijn dat het om een leeuw of een eenhoorn gaat. Het dier is geschilderd in rode oker waaromheen zwarte contouren zijn aangebracht. Aan de onderkant van de schildering zijn vier gekromde poten met klauwen geschilderd, met een gedeelte van het lijf erboven. Linksboven is een fragment bewaard gebleven waarop een deel van de lange gekrulde staart is geschilderd. Rechts hiervan is een fragment te zien dat een deel van de kop toont. Op dit fragment zijn okerrode en zwarte strepen zichtbaar, die waarschijnlijk de manen van het dier voor moeten stellen. In het centrale gedeelte, tussen de fragmenten, is de schildering verdwenen; hier is een nieuwe pleisterlaag aangebracht. rode oker en zwart op kalk
-
Fragmenten van schilderingenFragmenten van schilderingen zijn in de eerst drie traveeën gevonden. In de eerste travee zijn deze erg onduidelijk. In de tweede travee vindt men op het westelijke gewelfvlak een okerrode lelievorm met zwarte contouren eromheen. Op het zuidelijke, westelijke en oostelijke gewelfvlak van de tweede travee zijn restanten van een gevlochten vlakverdeling bewaard gebleven. Op de gordelboog tussen de eerste en tweede travee zijn, aan de oostzijde, enkele restanten van een erg vervaagde tekst waar te nemen. Enkele afzonderlijke letters en cijfers zijn te onderscheiden, maar de tekst blijft onleesbaar. Er lijkt het jaartal 1854 te staan maar dit kan niet in verband gebracht worden met de schilderingen, die uit een veel eerdere periode stammen. rode oker en zwart op kalk
-
Kruiskerk te BurgumVeel schilderingen zijn fragmentarisch bewaard gebleven en erg onduidelijk. De schilderingen bestaan uit enkele figuratieve voorstellingen en decoratieve motieven zoals plantenmotieven en geometrische vormen. De decoratieve schilderingen doen sterk denken aan de schilderingen die in de Nederlands-hervormde kerk te Hantumhuizen zijn aangebracht. Wellicht stammen de schilderingen uit dezelfde tijd, de dertiende of de veertiende eeuw. De primitieve, vlakke weergave van de figuren doet in ieder geval een vroege ontstaansperiode vermoeden. Talloze restanten van plantenmotieven zijn nog te zien op verschillende plaatsen op de gewelven van het schip.
-
Restauratie muurschilderingen Johannes de Doperkerk te Exmorra 1965-1966Tijdens een restauratie van de kerk in 1965-1966 werden twee zestiende-eeuwse muurschilderingen onder de pleisterlaag aangetroffen. Wie de schilderingen heeft ontdekt, is niet bekend; in de literatuur wordt hierover niets vermeld en ook het bestuur van de hervormde gemeente tast hierover in het duister. Tevens zijn gegevens over de restauratie van de schilderingen niet voorhanden, op de herinneringen van de restaurator na. De schilderingen zijn gerestaureerd door D.J. Schoonekamp. Hij heeft de schilderingen van de muur gehaald en op een nieuwe kunststofdrager aangebracht. Vervolgens heeft de restaurator ze weer op hun oorspronkelijke locatie geplaatst. Op deze manier vormen de schilderingen geen onderdeel meer van de muur, waardoor eventuele schade die door vocht kan ontstaan, beperkt kan worden. Gedeeltelijk zijn de schilderingen bijgeschilderd, in de arceertechniek. Lacunes en vervaagde kleurvlakken zijn licht bijgekleurd. waardoor meer eenheid in de schildering verkregen is. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100-1600)
-
Doornenkroning van Christus'De doornenkroning van Christus' vindt plaats tussen zijn gevangenname en zijn wegleiding naar het kruis. De soldaten van Pilatus roepen de afdelingen van het gerechtsgebouw bijeen, trekken Christus een purperen kleed aan en zetten een van doornen gevlochten kroon op zijn hoofd. Vervolgens begroeten ze hem als koning der joden, slaan hem op het hoofd en bespuwen hem. Van deze schildering is het middelste gedeelte bewaard gebleven. Links is een bebaarde soldaat afgebeeld. Deze figuur is het best bewaard gebleven, maar de benen en het hoofd zijn verdwenen. In zijn handen houdt hij een stok vast waarmee hij Christus, in het midden, op het hoofd slaat. Van Christus zijn alleen het hoofd met doornenkroon, de schouders en de rechterarm te zien. Christus lijkt ineengezakt te zijn en ondergaat zijn marteling met duidelijk leed. Een tweede soldaat, rechts naast Christus, houdt eveneens een stok in zijn handen waarmee hij op het hoofd van Christus slaat. Van zijn bovenlichaam zijn alleen okerrode contouren bewaard gebleven; het hoofd is verdwenen. De twee soldaten zijn veel groter afgebeeld dan Christus, waardoor de handeling nog expressiever wordt. De achtergrond is geschilderd in gele oker. Hierin zijn enige uitsparingen in de vorm van menselijke contouren aangetroffen, en binnen deze uitsparingen zijn okergele kleurvlakken te zien. Het is mogelijk dat naast de bekroning ook de bespotting van Christus in deze voorstelling is uitgebeeld; vaak worden elementen van beide scènes gecombineerd. Gezien de figuren die zich op de achtergrond scharen om naar het tafereel te kijken, een traditionele manier om de bespotting uit te beelden, lijkt dit goed mogelijk. okers op kalk
-
Geseling van ChristusVoordat Christus naar het kruis wordt geleid, wordt hij op bevel van Pontus Pilatus, de gouverneur van Judea, gegeseld. De manier waarop de scène in Exmorra is uit- gebeeld, is gebruikelijk: Christus is aan een zuil van een zuilengalerij vastgebonden, waarschijnlijk in het gerechtsgebouw van Pilatus. Van deze schildering is de bovenste helft bewaard gebleven, waar drie bovenlijven van figuren te zien zijn. De middelste stelt Christus voor, die met zijn handen op de rug en voorovergebogen tegen een pilaster is geplaatst. Hij lijkt niet op de goddelijke verlosser die zijn leven offert voor de mensheid, maar meer een door pijn gekwelde man. Links en rechts van hem staan twee geselaars die op het punt staan om Christus te slaan. Beide houden een arm omhoog met in hun hand de martelwerktuigen. De scène vindt plaats in een architectonisch vormgegeven ruimte waar twee rondbogen in het midden worden ondersteund door een pilaster. Er is duidelijk geprobeerd om de scène plaats te laten vinden binnen een illusionistische ruimte. In de Friese muurschilderkunst komt dit niet regelmatig voor; alleen de schilderingen in het koor van de Sint-Martinuskerk te Bolsward vertonen zekere illusionistische ruimtelijkheid. rode en gele okers op kalk
-
Johannes de Doperkerk te ExmorraTwee zestiende-eeuwse muurschilderingen. De schilderingen vormen een onderdeel van de passie van Christus. Deze schilderingen zijn de enige voorbeelden die tot nu toe in Friese kerken zijn aangetroffen waarbij het lijden van Christus centraal staat. In Exmorra zijn twee scènes geschilderd: de geseling van Christus en de doornenkroning.
-
Fragmenten van decoratieve motievenRestanten van decoratieve schilderingen in gele en rode oker. Gegevens over de oorspronkelijke voorstellingen, hun dateringen en de restauratie zijn onbekend. Wel zijn er tekeningen gemaakt tijdens de restauratie; deze bevinden zich in het depot van het Fries Museum. Rode en gele oker op kalk
-
Sint Janskerk te Hoorn, TerschellingRond de spitsvormige vensters restanten van muurschilderingen, decoratieve schilderingen in gele en rode oker.
-
TekstcartoucheTekst is geplaatst in een zwart vlak waar de afzonderlijke letters zijn ingekrast. Of de afzonderlijke letters daarna zijn ingekleurd, is niet te zien; er is nu een grijze kleur waar te nemen die waarschijnlijk een restant van de zwartpigmenten is. Het tekstvlak wordt omkaderd door simpele ornamenten in okerbruin, geel en blauw. De tekst, die slechts gedeeltelijk te lezen is, verwijst waarschijnlijk naar de herbouw van de kerk óf herinnert aan het tijdstip dat de kerk in 1580 reformatorisch werd. Gedenkteksten als deze zijn ook te vinden in de Grote Kerk te Bolsward. Hier in Workum staat er te lezen: 'In jaer ons heeren ..5.... [,] ..nen .....[.] ..[.].ene. .e..........borger ...[.]..............er…. zwart, gele- en bruine oker en blauw op kalk
-
Grote of Gertrudiskerk te WorkumTekstcartouche, die gezien de vormen van de ornamenten, stamt uit de zestiende eeuw.
-
Restauratie muurschilderingen Salviuskerk te Dronrijp 1998Kleur- en pleisteronderzoek, bouwhistoruisch onderzoek, voorstel met aanbevelingen restauratieplan
-
Restanten van schilderingenOp de noordwand van het schip zijn restanten van schilderingen te zien waarvan niet opgemaakt kan worden wat ze voorstellen. Achter de lambrisering zijn herhalende lijnen en blokmotieven aangebracht. Voorts zijn er op de noordmuur naast de ingang enkele zwarte vlakken op de muur ontdekt, ook hiervan is onduidelijk waartoe deze behoord hebben. ode kleurstof (oker) op kalk
-
Fragmenten van decoratieve schilderingenIn het zuidoostelijke vlak van het koor bevinden zich op de dagkanten van een venster decoratieve planten- motieven die bestaan uit gebogen ranken en blad- motieven. Aan de noordzijde zijn enkel de zwarte contouren nog zichtbaar; aan de zuidzijde zijn nog vage gele oker resten te zien. Het venster behoort tot het gedeelte van de kerk dat in het laatste kwart van de veertiende eeuw is gebouwd. De beschildering zal waarschijnlijk rond 1500 of in de vroege zestiende eeuw tot stand zijn gekomen. Ook stilistisch lijken de plantenmotieven veel overeenkomsten te hebben met vijftiende-eeuwse decoratieve schilderingen zoals die te zien zijn in de Sint-Maartenskerk te Kollum en de Nederlands-hervormde kerk te Bornwird.
-
BaksteenimitatieRichting het koor is een gedicht gotisch venster te zien waar op de raamomlijsting en stijlen baksteen-imitatie is aangetroffen. Ook op het metselwerk waarmee het venster is gedicht, zijn sporen van rode kleurstof aangetroffen die zeer waarschijnlijk eveneens restanten van baksteenimitatie zijn. Het schilderen van baksteenimitatie komt in het noorden van Nederland voornamelijk tussen 1425 en 1525 voor en de schilderingen die op dit venster zijn aangebracht zullen vermoedelijk ook uit deze periode stammen. rode oker en wit op kalk
-
Restanten van plantenmotievenIn een dagkant van het Romaanse venster aan de noord- zijde van het schip zijn enkele restanten van ranken en bladmotieven aangetroffen. De schildering is aangebracht in zwart waarbij de vormen van ranken en bladeren zijn uitgespaard. De schildering kan niet tegelijk met de bouw van de kerk zijn aangebracht omdat het venster in een later stadium is vergroot. Bouwhistorici denken evenwel dat de vergroting van het venster kort na de bouw van de kerk heeft plaatsgevonden, en dat de schildering dateert uit de twaalfde of dertiende eeuw. zwart op kalk
-
FiguurOp de westmuur een schildering van - oorspronkelijk - twee figuren. Het vlak waarop de schildering is aangebracht is na de bouw van de toren voorzien van een nieuwe pleisterlaag, de gestalten kunnen zodoende niet voor de bouw van de toren zijn aangebracht. 229 Een van de twee figuren is kort geleden verloren gegaan. De nog bewaard gebleven schildering is een kleine, opmerkelijke, figuur die in rode kleurstof is geschilderd en een soort karikatuur lijkt te zijn. De gestalte kan een symbolische betekenis hebben en er wordt wel verondersteld dat deze figuur destijds is aangebracht door reformatoren om de toen nog katholieke kerk te ontwijden. Als dit het geval is, dan is de schildering in de late vijftiende eeuw aangebracht. De figuur heeft overeenkomsten met een gestalte die in de Nederlands-hervormde kerk te Oostrum in het koor is geschilderd. Ook in Oostrum kan de figuur om deze reden zijn aangebracht. rode kleurstof (oker?) op kalk
-
Salviuskerk te DronrijpDe schilderingen zijn voornamelijk decoratieve, gestileerde plantenmotieven. Een schildering op de westmuur van - oorspronkelijk - twee figuren. Een gedicht gotisch venster waar op de raamomlijsting en stijlen baksteenimitatie te zien is. Verder in de kerk meerdere restanten van schilderingen. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600)
-
Drie wijdingskruizenIn deze kerk zijn opvallend veel wijdingskruizen geschilderd. De redenen hiervoor zijn onduidelijk. Waarschijnlijk werden de ruimte of enige objecten door een kerkelijke beambte gewijd. Dit vond plaats na een verbouwing van de kerk, of bij het in gebruik nemen van een nieuw altaar of religieuze voorwerpen. Het wijdingskruis zou hiervan het aantoonbare restant kunnen zijn. Een datering van de wijdingskruizen is vrijwel onmogelijk te maken, omdat er weinig aanknopingspunten zijn. Er zou gezocht zou kunnen worden in de geschiedenis van de kerk; hiervoor kan onder meer een grondig bouwhistorisch onderzoek uitkomst bieden. Maten wijdingskruisen resp. 40 x 35 cm, 40 x 40 cm en 35 x 40 cm. Wanneer men de kerk binnentreedt, zijn op de westmuur van de eerste travee, in de zogenoemde voorkerk, restanten van een schildering aan te treffen. Het lijkt hier te gaan om een fragment van een wijdingskruis. Te zien is het rechter gedeelte van een cirkelvorm met daaruit ontspringende plantenmotieven, geschilderd in zwarte lijnen. Enkele delen van het plantenmotief zijn verdwenen, op deze plaatsen is de schildering bijgewerkt. Links van de schildering bevindt zich een ingekraste cirkelvorm waarin twee verticale grijze lijnen geschilderd zijn. Het is onwaarschijnlijk dat deze inkrassing bij de schildering behoort, omdat deze iets lager op de muur is geplaatst en omdat er reliëfverschil te zien is: de pleisterlaag waarop de schildering is aangebracht is ongeveer 1,5 cm dikker dan de laag waarop de inkrassing is aangebracht. In het preekgedeelte van het schip bevindt zich aan de noordzijde, onder de boogaanzet van de gordelboog die de derde en vierde travee van elkaar scheidt, een tweede wijdingskruis. De rode oker achtergrond is bewaard gebleven, enkele lacunes hierin zijn bijgewerkt en de zwarte pigmenten zijn oorspronkelijk. De verflaag is hard en lijkt één geheel te vormen met de muur. De schilderingen kunnen aangebracht zijn in de a-frescotechniek of in een van de tussenvormen van a-secco- en a-frescotechnieken. Aan de noordzijde, onder de boogaanzet van de gordel- boog tussen de vijfde travee en het koor, bevindt zich een derde wijdingskruis, geschilderd in zwarte lijnen op een rode oker achtergrond. Dit kruis is wat betreft vorm en kleur identiek aan het eerste. maar de afmetingen van beide voorstellingen verschillen. Het derde wijdingskruis is een ronde cirkel in rode oker met zwarte contouren. In de armen van het kruis bevinden zich uitsparingen in witte bladvormen met zwarte contouren. In de bladvormen zijn vage zwarte lijnen te herkennen als bladnerven. Van de rode oker achtergrond is de onderste helft bewaard gebleven; hier zijn lacunes bijgewerkt in een arceertechniek. De bovenste helft van de achtergrond is niet bewaard gebleven waardoor hier de pleisterlaag te zien is. De zwarte pigmenten zijn oorspronkelijk. rode oker en zwart op kalk
-
Friezen met plantenmotievenBoven het venster in de vierde travee aan de zuidzijde is een breed fries met plantenmotieven te zien, geschilderd in zwarte pigmenten. Een groot gedeelte hiervan is bijgewerkt, maar enkele fragmenten van de bladeren zijn oorspronkelijk. Boven twee vensters in de muurvlakken van het koor en boven het venster in de vijfde travee aan de zuidzijde zijn resten van rondlopende friezen met plantenmotieven gevonden. De friezen zijn geschilderd met rode oker en zwarte pigmenten. Boven het noordoostelijke venster in het koor is rechts een klein gedeelte van een, oorspronkelijk rondlopende, fries te zien waarin met rode oker en zwarte pigmenten een vage schildering van plantenmotieven is aangebracht. Boven het zuidoostelijke venster is het rechtergedeelte van een rondlopende fries met plantenmotieven bewaard gebleven. Deze is geschilderd in zwarte lijnen en lijkt geheel in arceertechniek, bijgeschilderd te zijn; de oorspronkelijke delen zijn nauwelijks zichtbaar. rode oker en zwart op kalk
-
Johanneskerk te WeidumEen aantal geschilderde wijdingskruisen en friezen met plantenmotieven.
-
Sint-ChristoffelSint-Christoffel is geschilderd als Christusdrager die met zijn opgeheven rechterarm leunt op een grote staf. Het gewaad van de heilige is sterk vervaagd. Alleen de boorden van de mouwen, de sluiting aan de voorkant en vage kleurvlakken zijn nu nog zichtbaar. Zijn baard en haar zijn geschilderd in gele oker met zwarte krullende lijnen onder aan de baard. Ook van het Christuskind dat op zijn schouder zit, is weinig bewaard gebleven: het hoofd met stralenkrans, enkele delen van zijn gewaad en de linkerhand waarin hij een wereldbol houdt met daarop een kruis in gele oker. Het driehoekige witte vlak in de haarpartij van de Christoffel moet een slip van de mouw van de mantel van het Christuskind zijn geweest. Onder de rechterarm van de heilige zijn sporen van rode oker te zien, die een deel van de achtergrond óf de binnenkant van de mantel kunnen hebben gevormd. Oorspronkelijk zat rond de schildering een omkadering waarvan een deel in de rechterbovenhoek bewaard is gebleven. Hier is een 12 cm brede zwarte band te zien, in de hoek gedecoreerd met een lelievorm. In het geschilderde oppervlak zijn lacunes ontstaan, waardoor op deze plaatsen de pleisterlaag getoond wordt. Ook zijn schraapsporen over het gehele oppervlak waar te nemen waarin de verflaag minder dekkend is. De groenblauwe mantel van de heilige is op een aantal plaatsen waar lacunes in het geschilderde oppervlak zijn ontstaan, in arceertechniek bijgeschilderd. In deze a-secco uitgevoerde schildering zijn okers, blauw-groenpigmenten en een zwart pigment binnen een omkadering van een zwarte band gebruikt.
-
Restauratie muurschilderingen Sint-Maartenskerk te Bozum 1943Zwarte contouren herstellen en waar mogelijk aanvullen. De schilderingen in de kerk van Bozum zijn gerestaureerd twee jaar na de ontdekking in 1941. Doordat de restauratie pas zo laat na de ontdekking op gang kwam, waren de oorspronkelijke kleuren erg vervaagd. Alleen zwarte lijnen en enkele witte en okergele kleurvlakken waren bewaard gebleven. De restaurator kon dan ook niet veel meer doen dan de zwarte contouren herstellen en deze waar mogelijk aanvullen. De gewelfribben konden wel in hun oorspronkelijke staat teruggebracht worden.
-
Restauratie muurschildering Mariakerk te BearsRestauratie muurschildering
-
Restauratie muurschildering Johanneskerk te Britsum 1993Wijdingskruis gedeeltelijk vrijgelegd en geconserveerd
-
Restauratie muurschilderingen Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden 1972-1978Volgens de waarnemingen van D.J. Schoonekamp zijn de schilderingen behorende bij de apostelserie niet, zoals gewoonlijk, direct op de pleisterlaag geschilderd, maar op een tevoren geprepareerde okerkleurige ondergrond aangebracht. Dit wijst volgens Schoonekamp op de werkwijze van een paneelschilder. De overgebleven fragmenten zijn, waar mogelijk, van de muur genomen en op een nieuwe kunststofondergrond bevestigd. Alvorens de schilderingen terug te plaatsen, zijn ze gedeeltelijk bijgeschilderd om een eenheid tussen de fragmenten te creëren, zodat de fragmenten niet van het muurvlak los lijken te komen. Hierbij zijn de oorspronkelijke delen gerespecteerd. Om een verschil aan te brengen tussen het oorspronkelijke en het nieuw aangebrachte schilderwerk zijn de bijwerkingen gearceerd. De voornaamste bijgeschilderde delen zijn de omlijstingen en de randen van de fragmenten van de oorspronkelijke schilderingen. Hierbij zijn geen details toegevoegd maar alleen de kleurvlakken vergroot, waardoor de schildering minder fragmentarisch lijkt. Daarnaast zijn de lacunes, die delen binnen de fragmenten waar de verflaag is verdwenen, bijgeschilderd in overeenkomstige kleuren. De muurvlakken tussen de fragmenten binnen de omlijsting zijn opnieuw voorzien van een ondergrond die in borstelige streken in een crèmewitte kleur is geschilderd.
-
Restauratie muurschilderingen Ned Herv kerk te Oostrum 1973-1978Datum restauratie onzeker, waarschijnlijk kort na 1973.
-
Restauratie muurschilderingen Ned Herv kerk te Bornwird 1980-1987Tijdens de restauratie van de schilderingen in het koor zijn de gedesintgreerde delen weer aan de drager gehecht en de schilderingen gefixeerd. De decoratieve schildering op de boog van de scheiboog is na fixatie bijgeschilderd met verf op waterbasis (reversibel).
-
Restauratie muurschilderingen Ned Herv kerk te Augustinusga 1993Schildering gedeeltelijk vrijgelegd, conservering figuren. Enkele losse delen weer aan drager gehecht. Lacunes in het oppervlak van fragmenten bijgewerkt in arceertechniek, net als enkele aanvullingen in de fragmenten van de engelen.
-
Restauratie muurschilderingen Grote of Sint-Maartenskerk te Bolsward door J.T. HalberersmaBij eerdere vrijleggen gewelfschilderingen veel van de schildering verloren gegaan. Opdracht om zo weinig mogelijk bij te schilderen.
-
Restauratie Grote of Sint-Maartenskerk te Bolsward door F.A.J. SmoorenburgDe schilderingen in het koor zijn tijdens de grootschalige restauratie van de kerk tussen 1937 en 1955 herontdekt en zijn vlak daarna door F.A.J. Smoorenburg gerestaureerd. Het vrijleggen van de gewelfschilderingen tijdens de restauratie van het gebouw tussen 1937 en 1955 is verricht door werklieden en bij deze onderneming zou veel van de schilderingen verloren gegaan zijn.
-
Restauratie muurschilderingen Ned Herv kerk te Damwoude 1984“gefantaseerde” aanpassing en overschildering op de schildering wordt weggenomen, alsmede later aangebrachte inpleistering. Schildering onder witkalk tevoorschijn halen; losliggende witkalk en pleisterlagen injecteren en vastzetten met lijm. Lacunes mbv arceringen ‘in toon brengen’ waardoor de schildering van een afstand gezien, de illusie wekt geheel bewaard te zijn gebleven.
-
Restauratie muurschilderingen Ned Herv kerk te Damwoude 1963-1967RM11681MU3: Losse kalkdelen weer aan de wand bevestigd, gaten gevuld en ontbrekende delen neutraal ‘ingetoond’. Bij de ontbrekende delen van de omlijsting werd symmetrie gesuggereerd zoals ‘de tegenoverliggende zijde die aangaf’ (citaat uit restauratieverslag). Bij de aanvang van de restauratie was de staat van de schilderingen erg slecht; de kalklaag had van de vochtige onderliggende tufsteen losgelaten, waardoor grote delen van de muur waren gevallen.
-
Victorkerk te KubaardEen muurschildering van een levensgrote Sint-Christoffel. De bovenste helft is bewaard gebleven. De schildering kan gedateerd worden in de late vijftiende eeuw. In deze eeuw was de heilige Sint-Christoffel erg populair en werd regelmatig afgebeeld.
-
Restauratie Andreaskerk in 1977 - 1979Restauratie schilderingen. Verder blootleggen van de schilderingen. Voor zover mogelijk de oppervlaktespanning verwijderen welke is ontstaan door eerder caseïnegebruik. Vastzetten, conserveren, retoucheren, reconstrueren (rozetten). Afnemen en terugplaatsen schildering rond sacramentshuisje.
-
Restauratie Andreaskerk in 1923Schilderingen gedeeltelijk ontdekt en gerestaureerd.
-
Restauratie Jacobuskerk inonderhoud aan schilderingen noordportalen buiten.
-
Restauratie Jacobuskerk in 1961 - 1966blootlegging en restauratie . Bij deze restauratie is de eerste periode (uit ca 1350) hersteld. Enkele fragmenten uit twee latere perioden zijn daarnaast gehandhaafd. Doordat er gekozen is voor een totale restauratie en reconstructie van de eerste afwerkperiode is er veel historisch materiaal uit latere fases verloren gegaan. Hiervan zijn nog wel foto's te vinden in de RCE Beeldbank.
-
Restauratie Mariakerk in 2023 - 2024aardbevingsschadeherstel en conservatie SIM. Aanleiding was bevingsschade; 149 scheuren hersteld met hot-mixed lime methode. Daarnaast conservatie muur- en gewelfschilderingen sobere insteek. Lacunes werden gevuld met kalkzandmortel en injecties van onthechte pleisterdelen met kalkmengels. Ook tijdens deze ronde weer veel door zout verwoest restauratiepleisterewerk vervangen door kalkmortel. Ook herstel van zones door zout restauratiedecoratiewerk met kalkverf.
-
Restauratie Mariakerk in 1983schadehersel aan pleisterwerk. Door schade aan het restauratiepleisterwerk als gevolg van zoutuitbloei werden enkele opvallende aangetaste zones aan de onderkant en rondom de triompfboog hesteld. Het aangetaste cement werd vervangen voor nog een hardere cementmortel met een gipshoudende afwerklaag.
-
Restauratie Mariakerk in 1962 - 1966blootlegging en restauratie. Periode waarin ingrijpend is gerestaureerd, bouwkundig is gereconstrueerd. Alle trekstangen en stutbalken in het interieur zijn vervangen voor betonnen balken in de kap. Het overgrote deel van het originele en verwoeste pleisterwerk werd vervangen door een cementmortel. het grootste deel van de schilderingen werd bewaard, blootgelegd en gerestaureerd. Hierbij is gewerkt met cement, kalkcaseine voor injecties en caseineverf voor retouches. er is terughoudend en herkenbaar geretoucheerd in grove arceringen. Nog geen synthetische lijmen.
-
Restauratie Kerk van Noordbroek in 1968 - 1974blootlegging en restauratie van alle schilderingen. Het in verval geraakte gebouw werd van binnen en buiten gerestaureerd. Ook met betonnen ankers in de kap. Tegelijkertijd werden alle schilderingen ontdekt en blootgelegd.
-
Restauratie Kerk van Noordbroek in 1942onderzoek naar roetaanslag op laatste oordeel. In 1938 vond er een binnenbrand plaats waarbij de blootgelegde schildering het laatste oordeel zwart van het roet was geworden. Gerhard Jansen werd gevraagd om te beoordelen of dit schoongemaakt kon wordfen. Hij adviseeerde dat dit kon, maar stelde voor om dit mee te pakken tijdens een volgende restauratieronde.
-
Restauratie Kerk van Noordbroek in 1907 - 1908gedeeltelijke ontdekking en blootlegging. In het koorgewelf werd het laatste oordeel ontdekt en blootgelegd.
-
Restauratie Johannes de Doperkerk/Janskerk in 2024Conservatie pleisterwerk en gewelfschilderingen, herstel bevingsschade.
-
Restauratie Johannes de Doperkerk/Janskerk in 2019Herstel bevingsschade. Tijdens het herstel van de bevingsschade werd ook onthecht pleisterwerk geconstateerd. Gelijktijdig is een noodconservatie aan dit pleisterwerk uitgevoerd.
-
Restauratie Johannes de Doperkerk/Janskerk in 2004Conserveren schilderingen en pleisterwerk. Stabiliseren van onthecht pleisterwerk (vermoedelijk met Plextol-injecties) en scheurherstel (watergedragen krimpvrije mortel op basis van kalk)
-
Restauratie Johannes de Doperkerk/Janskerk in 1960 - 1963Blootlegging en restauratie. Schilderingen zijn blootgelegd, grote delen pleisterwerk zijn vervangen, voegen zijn opnieuw ingeboet met cementmortel. Geen retouches aangebracht. Uitgevoerd door Jelle Otter, vanaf 1963 samen met Lammert Muller.
-
Restauratie Johannes de Doperkerk/Janskerk in 1921Onbekend. In sluitring tweede travee uit het westen staat P. van der Molen 1921 met potlood geschreven.
-
Restauratie Hippolytuskerk in 2021Aardbevingsschadeherstel en conservatie SIM. Aardbevingsschadeherstel: scheurherstel, uithakken harde restauratievullingen + opnieuw voegen en bepleisteren, injecteren en vullen (ook vanuit de kap door aannemer). Conservatie: consolideren van losse verf- en pleisterlagen, waar nodig zijn vullingen vervangen en minimaal geretoucheerd.
-
Restauratie Hippolytuskerk in 1976 - 1981Onderzoek, blootlegging en restauratie van alle schilderingen. De eerder gerestaureerde schildering van de zondeval werd afgenomen i.vm. reparatie aan het onderliggende metselwerk. De schildering is door Otter teruggeplakt en geretoucheerd overeenkomstig Bokhorst in 1917; dit was een afwijkende aanpak ten opzichte van de rest van de schilderingen. De overige schilderingen zijn minimaal geretoucheerd, met uitzondering van de hemel en de hel. Hier zijn de restauratievullingen rijkelijk voorzien van arceringen.
-
Restauratie Hippolytuskerk in 1941(her)ontdekking van Pinkstervoorstelling en conservatie. Blootleggen van schildering en verder onderzoek. Geen uitvoerige restauratie. Geen geld voor onderzoek naar overige schilderingen.
-
Restauratie Hippolytuskerk in 1916 - 19171916: ontdekking van schildering 'de Zondeval'. 1917: restauratie van deze schildering. De schildering is 'opgehaald en bijgewerkt'
-
Restauratie Hippolytuskerk in 1879Ontdekking diverse schilderingen. Ontdekking Laatste Oordeel en duif van Pinkstervoorstelling in viering en diverse schilderingen in transept; vervaardiging van calques (1:1) door C.H. Peters, waarna overgewit.
-
Restauratie Kerk van Wirdum in 2017Conditieopname en kleinschalige conservatie.
-
Restauratie Kerk van Wirdum in 1987 - 1994restauratie van twee zeer onthechte muurschilderingen aan de noordwand en consolidatie van dagkantschildering oostwand. schilderingen noordwand bleken compleet onthecht en aangetast door zouten. vastgezet met mowilith. Schildering dagkant oostwand verfhuid sterk gedegradeerd, oppervlak voorzien van beschermlaag.
-
Restauratie Kerk van Wirdum in 1959 - 1961Ontdekking en blootlegging tijdens restauratie. Kerk verkeerde in verwaarloosde toestand. Muurwerk waarschijnlijk volledig vol vocht. Schilderingen in dagkant middelste venster oostwand blootgelegd door verwijdering metselwerk in het ooit dichtgezette venster. Hierdoor heeft het oppervlak een enorme klimatologische schommeling doorstaan.
-
Restauratie Petrus en Pauluskerk in 2014Herstel bevingsschade in de Mariakapel en het koor. De schade in de Mariakapel was omvangrijker dan in het koor.
-
Restauratie Petrus en Pauluskerk in 1953 - 1957Restauratie gewelfschilderingen in het koor. In 1957 restauratie gewelfschilderingen Mariakapel. In 1956 stierf Gerhard Jansen, waarna J.R. van Nijendaal de restauratie vervolgde waarbij hij de schilderingen in het koor en Mariakapel 'nazag'.
-
Restauratie Petrus en Pauluskerk in 1942 - 1944Restauratie gewelfschilderingen in de Mariakapel (noorderkapel). Technisch gezien uitstekend gerestaureerd en hier en daar aangevuld.
-
Restauratie Petrus en Pauluskerk in 1938H. Heyenga (schilder uit Loppersum) kreeg in 1938 de opdracht om de kerk opnieuw te witten, waarbij schilderingen in koor en Mariakapel werden ontdekt. Kort daarna werd in opdracht van de Monumentenzorg een onderzoek uitgevoerd door Gerhard Jansen.
-
Restauratie Petrus en Pauluskerk in 1912Schilderingen bij toeval ontdekt in 1912, o.a. pelikaan in koor.Bij gebrek aan restaurator werd hier verder niets mee gedaan.
-
Restauratie Jacobikerk/Dionysiuskerk in 2015Aardbevingschadeherstel. Alle 'aangewezen' scheuren zijn geinjecteerd en gevuld met kalk. Er hebben naast het bevingsschadeherstel verder geen conserverende handelingen plaatsgevonden. Hooguit wat noodinjecties bij extreem onthechte delen die toevallig werden ontdekt.
-
Restauratie Jacobikerk/Dionysiuskerk inErgens na 1986 werd het inmiddels opnieuw door zouten verwoestte restauratiepleisterwerk van de wanden hersteld.
-
Restauratie Jacobikerk/Dionysiuskerk in 1972 - 1977Volledige restauratie kerkgebouw, blootlegging en restauratie van gewelfschilderingen in de twee koortraveeen. Het schip en de noorbeuk worden bedekt gelaten. In het schip zit nog de baksteemimitatie onder de witkalk/deels restauratiepleister, met op de westwand nog een draak (1350) . De noordbeuk is in de 18de eeuw bijgebouwd. Hier zijn geen schilderingen aanwezig. De schilderingen zijn vastgezet met plextol B500. Het onderliggende metselwerk bleek heel slecht. Inboetwerk werd uitgevoerd met cementmortel. Lacunes in de gewelven en bijna al het pleisterwerk van de wanden werd vervangen door cementmortel. Er is minimaal geretoucheerd.
-
Restauratie Jacobikerk/Dionysiuskerk in 1935Ontdekking enkele schilderingen in het koor, gedocumenteerd en weer overgewit.
-
Restauratie kerk van Garmerwolde in 2013Conservatie muur- en gewelfschilderingen en herstel bevingsschade. Conservatie van alle schilderingen door OUOU. Bij alle schilderingen zijn onthechte delen vastgezet met kalkinjecties. Retouches van Gerhard Jansen zijn grotendeels intact gebleven op enkele na. Nieuwe vullingen zijn geretoucheerd in trattegio. Tijdens de conservatie zijn er een minimaal aantal bevingsscheuren hersteld, vooral 1 grote in het vieringgewelf. De restauratiekalkverf van al het omliggende restauratiepleisterwerk in de gewelven is na de grote restauratieperiode van de jaren '40 zwaar verkleurd geraakt in zwart gele tinten. Dit waarschijnlijk als gevolg van schimmels in de (caseine)kalkverf. Deze vlekken zijn tijdens de laatste restauratieperiode van 2013 gecamoufleerd met poederklei. Het door zout verwoeste restauratiepleisterwerk van alle wanden werd afgeschraapt en vervangen door aannemer met een Jahnmortel.
-
Restauratie kerk van Garmerwolde in 1941 - 1944Onderzoek, blootlegging en restauratie. Volledige restauratie van de kerk (in- en exterieur). De schilderingen werden ontdekt, blootgelegd en gerestaureerd. De schilderingen zijn hierbij ruim en vol geretoucheerd en sterk gereconstrueerd, met een dunne bindmiddelarme (caseine)verf.
-
Restauratie Mariakerk in 2015Aardbevingschadeherstel. Alle 'aangewezen' scheuren zijn geinjecteerd en gevuld met kalk. Er hebben naast het bevingsschadeherstel verder geen conserverende handelingen plaatsgevonden. Hooguit wat noodinjecties bij extreem onthechte delen die toevallig werden ontdekt. In het herstelrapport is wel een beknopte conditieopname opgenomen.
-
Restauratie Mariakerk in 1967 - 1973Onderzoek, blootlegging en restauratie . Het zwaar in verval geraakte gebouw (sloopdreiging) werd van binnen en buiten gerestaureerd. Een verlaagd houten plafond in het koor werd verwijderd, dichtgemetselde vensters werden geopend. Tegelijkertijd werden alle schilderingen en decoraties ontdekt en blootgelegd.
-
Restauratie Stefanuskerk innog checken.
-
Restauratie Stefanuskerk in 1945 - 1950Algehele restauratie van kerkgebouw in- en exterieur. schilderingen blootgelegd en gerestaureerd. Ingrijpende restauratie na enorme oorlogsschade. Hierbij werden meerdere schilderingen uit verschillende periodes ontdekt, blootgelegd en gerestaureerd. De verfresten uit meerder periodes zijn fragmentarisch gebeven en nauwelijks aangevuld of gereconstrueerd. Vermoedelijk is hierbij alleen kalk en caseine gebruikt. Mogelijk voor het omliggende werk is wel cementhoudende restauratiemortel gebruikt.
-
Restauratie Sebastiaanskerk in 2019Conservatie muur- en gewelfschilderingen en herstel bevingsschade. Noodzakelijk onderhoud aan alle schilderingen (SIM). Scheurherstel bevingsschade in de gehele kerk, 31 incidenten. Het door zout en vocht aangetaste pleisterwerk aan onderzijde is vervangen.
-
Restauratie Sebastiaanskerk in 1948 - 1950Onderzoek, blootlegging en restauratie. Ingrijpende restauratie vanwege oorlogsschade, waarbij veel schilderingen zijn gereconstrueerd. Bij het herstel is veel cement gebruikt.
-
Majestas DominiOp het meest oostelijke gewelfvlak van het koor is de tronende Christus frontaal zittend afgebeeld binnen een vierpasmotief. Zijn rechterarm houdt hij gebogen voor zijn bovenlichaam; in zijn linkerhand houdt hij 'Het boek des levens', waarop de letters 'A' en 'Q' zijn aangebracht. Hij draagt een lang gewaad, waarbij onder de taille, in rechte lijnen, plooien zijn aangegeven. Bij de hals van de mantel is een decoratieve band aangebracht. Christus is hier als baardeloze jongeling, met een erg lange hals en kort, krullend haar weergegeven. Rond zijn hoofd is een uitsparing in de vorm van een nimbus te zien. Om Christus heen, binnen de vierpas, zijn in een rastervorm okergele en zwarte lijnen aangebracht. Dit raster is rechts van Christus erg vervaagd; links van hem zijn de mazen groter en is de schildering veel duidelijker. Het lijkt of het hier om een bijschildering gaat. De vierpasvorm wordt aangegeven met drie lijnen waaromheen een decoratieve lijst met gestileerde lelievormen is geschilderd. In de zwikken van de vierpas zijn de symbolen van de vier evangelisten geschilderd. Linksboven de engel van Mattheus, rechtsboven de adelaar van Johannes, rechts- onder de leeuw van Marcus en linksonder zijn resten van een os bewaard gebleven, het symbool van de evangelist Lucas. Wanneer we een foto van de schildering uit de jaren zestig vergelijken met een recente opname, blijkt dat de schildering in de loop van de tijd erg vervaagd is. Links van Christus staan twee heiligen ten voeten uit, mogelijk Johannes de Doper en Maria. Rechts van Christus zijn ook twee figuren geschilderd, waarvan mogelijk één Sint-Martinus, de patroonheilige van de kerk. (bron: Aldus…) gele oker en zwart op kalk
-
Sint Maartenskerk te BozumTijdens een restauratie van de kerk in 1941 werd een unieke Majestas-Dominischildering aangetroffen op de drie oostelijke gewelfvlakken van het koor. De schildering stamt uit de tweede helft van de dertiende eeuw. Daarnaast zijn decoratieve schilderingen ontdekt op de rondstaafribben van het meloengewelf. De Majestas Domini is het motief waarbij Christus wordt dit voorgesteld als leraar van de wereld. Traditioneel wordt dit als volgt afgebeeld: de op een troon gezeten Christus, binnen een mandorla, wordt omringd door de vier symbolen van de evangelisten óf de van Christus naar de vier windstreken uitgaande symbolen van de vier evangeliën. De rechterhand heeft hij opgeheven en in zijn linkerhand houdt hij 'Het boek des levens'. In de elfde eeuw worden de jonge, baardeloze én de strengere, bebaarde Christus- figuren naast elkaar gebruikt, terwijl in de twaalfde eeuw de bebaarde Christus de overhand neemt. Het motief van de Majestas Domini komt in Europa regelmatig voor als versiering van de absis en als timpaanvulling in met name twaalfde- en dertiende-eeuwse Romaanse kerken. Daarnaast komt het motief ook in vroeg middeleeuwse miniaturen regelmatig voor. De Majestas Domini die in de kerk te Bozum is afgebeeld, valt binnen de traditie van de uitbeelding van dit motief. In Friesland is dit het enige voorbeeld van een Majestas Domini.
-
WijdingskruisEr is erg weinig van de schildering bewaard gebleven. Slechts enkele delen van twee armen van het kruis in rode oker en zwart en de gele strepen van de stralen tussen deze armen zijn bewaard gebleven. Het kruis is een zogenoemd Maltezer kruis, hetgeen te zien is aan de typerende speervorm van de armen. Het is goed mogelijk dat het wijdingskruis is aangebracht tijdens het inwijden van het nieuwe koor dat rond 1500 is gebouwd. Gezien de plaats waar het kruis zich bevindt, in de laatste travee van het schip, is dit goed denkbaar. Het kruis kan dus vlak na 1500 geschilderd zijn. Tijdens een restauratie van de kerk in 1981-1983 is dit wijdingskruis ontdekt. De schildering is vervolgens gerestaureerd door E. Algra uit Blerikum. rode oker, gele oker en zwart op kalk
-
Mariakerk te BearsTijdens een restauratie van de kerk in 1981-1983 is op het muurvlak van de zesde travee aan de noordzijde een geschilderd wijdingskruis ontdekt. Er is erg weinig van de schildering bewaard gebleven.
-
Ongeïdentificeerde schilderingEen voor een klein gedeelte bewaard gebleven persoon met een lier is op de volgende gewelfvlak te zien. De figuur lijkt te zitten met het snaarinstrument op zijn schoot. Hij houdt de draaislinger in zijn hand. Dit instrument is het enige attribuut dat een aanknopingspunt kan zijn voor een identificatie, hetgeen tot op heden niet is gelukt. Schildering ontdekt in 1998 door H. Hut. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Ongeïdentificeerde schildering, mogelijk Koning DavidEen op de harp spelende figuur is vaag bewaard gebleven. De contouren van zijn hoofd zijn te zien, net als vage omtrekken van zijn lichaam. Een gedeelte links van het midden is duidelijker: hier zijn de handen en armen van de figuur te zien een de harp die hij bespeelt. Wanneer we kijken naar de geïdentificeerde figuren die in het koor zijn aangebracht, zien we dat allen prefiguraties zijn van Christus of een aspect uit zijn leven verbeelden waaruit zijn goddelijkheid blijkt. Wanneer we in deze richting zoeken, komen we op Koning David die een prefiguratie van Christus was en daarbij de patroon der musici; hij heeft de harp als attribuut. David was een herdersjongen die koning van Israël werd. Hij zou volgens de apostel Mattheus de voorvader van Christus zijn, waardoor deze prefiguratie niet verwonderlijk is. Het is dus mogelijk dat de figuur Koning David heeft voorgesteld die op zijn harp speelt. Schildering ontdekt in 1993 door L. Muller. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Ongeïdentificeerde schildering geflankeerd door Aaron en SalomonOngeïdentificeerde schildering geflankeerd door Aaron en Salomon. Het centrale tafereel is hier geschilderd binnen een ronde boog bestaand uit een aantal banden met gesloten hogels. Midden in het muurvlak bevindt zich een klein rondgebogen venster; de schildering loopt door tot op de dagkanten van het venster. Schildering ontdekt in 1993 door L. Muller. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Een niet met zekerheid geïdentificeerde schilderingEen niet met zekerheid geïdentificeerde schildering, evt. een gevangenname, geflankeerd door Mozes en een ongeïdentificeerd object/figuur. Schildering ontdekt in 1986. door L. Muller. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Isaak en AbrahamRestanten van twee oudtestamentische figuren flankeren het centrale tafereel. Schildering ontdekt in 1998, door H. Hut en H. Visser. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Maria met kindEen gekroonde Maria zit met het Christuskind op haar schoot, binnen een amandelvormige mandorla, en kijkt de toeschouwer aan. De achtergrond waarop Maria is geplaatst was oorspronkelijk blauw, de kleur die haar kuisheid en onschuld symboliseert. De pigmenten zijn echter verbleekt waardoor er nu alleen nog een groengrijze tint te zien is. Van haar gewaad zijn enkele okergele kleurvlakken bewaard gebleven. Ook van haar gezicht zijn alleen vervaagde gelaatstrekken te onderscheiden, wél zijn de donkere contouren en plooien van haar kleed duidelijk te zien. De schildering toont veel overeenkomsten met de schilderingen die in het koor zijn aangebracht, en stamt hoogstwaarschijnlijk uit dezelfde periode. Wellicht is de Mariaschildering vlak na het overwelven van de kerk aangebracht. Schildering ontdekt in 1998 door H. Hut, Beerta. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers en een blauw pigment op kalk
-
WijdingskruisLoopt men vanaf de ingang van de kerk in de richting van het koor dan is links op de aanzetsteen van het gewelf in de tweede travee van het schip een restant van een wijdingskruis te zien. Gezien de plaats waar het zich bevindt, is het wijdingskruis waarschijnlijk aangebracht bij het inwijden van het nieuwe en verhoogde gewelf. Helaas zijn delen van het wijdingskruis onlangs tijdens de restauratie van de muur gevallen, omdat de schildering erg gedesintegreerd was. Oorspronkelijk was er een rode cirkel geschilderd, aangegeven door een lijn waarbinnen vage okerrode lijnen en kleurvlakken bewaard gebleven zijn, maar nu is slechts de linkerhelft bewaard gebleven. Schildering ontdekt in 1986, door L. Muller. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Kleine figuur in zwarte lijnenEr is nóg een schildering in het schip aangetroffen die vanuit het schip niet zichtbaar is. Alleen wanneer men de orgeltribune betreedt, valt de kleine figuur in het oog, bovenaan op de noordmuur van de eerste travee van het schip. Het identificeren van de figuur is tot op heden niet gelukt doordat er te weinig aanknopingspunten zijn. Op de achtergrond zijn resten rode- en gele-okerpigmenten aangetroffen; het is niet duidelijk wat hier oorspronkelijk is afgebeeld. Van de figuur, geschilderd in zwarte lijnen, zijn alleen het hoofd en een deel van de romp bewaard gebleven. Dit fragment is het enige restant dat is overgebleven van de schilderingen die op de gehele noordwand van het schip hebben gezeten. Tijdens een restauratie van de kerk in de jaren dertig werden de muren van het schip voorzien van een nieuwe pleisterlaag, waarvoor het oude pleisterwerk verwijderd werd. Tussen de brokstukken werden kleurresten aangetroffen van muurschilderingen. Helaas was het toen al te laat om de schilderingen te bewaren of om een idee te krijgen wat hier oorspronkelijk geschilderd was. Waarschijnlijk is de schildering in de eerste travee alleen bewaard gebleven omdat dit muurvlak niet zichtbaar was voor de kerkganger en dus niet van een nieuwe pleisterlaag voorzien behoefde te worden. Schildering ontdekt in 1986, door L. Muller, Zuidhorn. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) zwart en rode oker op kalk
-
Johanneskerk te BritsumWijdingskruis, een zeer fraaie Mariaschildering en bijzondere en kleurrijke schilderingen in het koor. De schilderingen worden gedateerd dertiende eeuws of rond 1300. Naast de rondboogstaven van de gewelfconstructie in het koor is baksteenimitatie geschilderd die bestaat uit rode vlakken en witte voegen. Gezien de vorm en grootte van de geschilderde bakstenen lijkt deze van latere datum te zijn dan de baksteenimitatie behorende tot het sacramentshuisje. De baksteenimitatie naast de rondstaafboogribben is een typisch gotisch decoratie- element. Mogelijk stamt deze uit de wit-roodperiode, een kerkinterieurstijl in het noorden van Nederland die ongeveer in 1425 begon en een eeuw duurde. De rondboogstaven zijn aan beide lengtezijden beschilderd met okerrode karteltandmotieven. Bovendien is over het midden van de rondboogstaven een gele band aangebracht met aan elkaar geschilderde Andreaskruizen. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) Bij de restauratie in 1998-'99 zijn bijzondere schilderingen gevonden uit circa 1270. In het schip bevindt zich een gewelfschildering van Maria met Kind in een mandorla. De wanden van het koor tonen een rijk uitgevoerde passiecyclus van Christus en daarboven in de boogzwikken de corresponderende Oudtestamentische figuren. (bron: Monumenten in Nederland. Fryslan.)
-
Restant van een figuurWie hier is voorgesteld is onduidelijk; er wordt verondersteld dat hier een kerkvader is afgebeeld. Grote delen van deze schildering zijn bijgeschilderd. Het fragmentarische, oorspronkelijke schilderwerk aan de onderkant van de lijst is aangevuld. Boven is de lijst vager, omdat hier de schildering is verdwenen. De randen van de verschillende fragmenten zijn bijgeschilderd. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) schildering in seccotechniek op kalk
-
JesaiaVan deze schildering zijn meerdere fragmenten bewaard gebleven. Het is een afbeelding van een oudtestamentische figuur, de profeet Jesaja, ten voeten uit. Hij heeft een lange spitse baard, die evenals het haar in donkerbruine oker is geschilderd. Hij draagt een wit gewaad met gele strepen en wijde mouwen waarover hij een okerrode geborduurde schoudermantel heeft geslagen; aan zijn voeten draagt hij gele schoenen. De profeet is geplaatst op een tegelvloer, geschilderd in lichtbruine oker met lijnen in donkerbruine oker die de afzonderlijke tegels aangeven. De achtergrond is een architectonisch vormgegeven muur in lichtbruine- en donkerbruine oker om de schaduwpartijen aan te geven. In zijn linkerhand heeft hij zijn attribuut, een opengeslagen boek, terwijl hij met de wijsvinger van zijn rechterhand omhoog naar het oosten wijst. De blik van de figuur is gericht op de oostmuur van de zuidbeuk, waar een afbeelding van Maria te zien is. Deze profeet, die de apostelen voorafgaat, brengt de samenhang tussen de apostelserie en de Mariafiguur tot stand. Jesaia voorspelde onder andere de onbevlekte ontvangenis van Maria en de doop van Christus. De stoet apostelen wordt zodoende voorafgegaan door de profeet, die het dichtst bij Maria staat. Ook deze schildering is bijgeschilderd, voornamelijk in de hoek linksonder, waar delen van de tegelvloer en de rechtervoet in overeenkomstige kleuren in arceertechniek zijn aangebracht. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) schildering in seccotechniek op kalk
-
Petrus en PaulusDe schildering van Petrus en waarschijnlijk Paulus is een stuk breder dan de eerder beschreven schilderingen, maar is op dezelfde hoogte geplaatst. Om de figuren is een eenvoudige omlijsting in donkergrijze lijnen, die wordt bekroond door twee, inmiddels onleesbare wapens. Boven en onder de schildering is ruimte in de omlijsting gemaakt voor twee naast elkaar liggende vakken voor opschriften. Boven de schildering luidt het opschrift aan de rechterzijde: 'Anno 1575', in het vak aan de linkerzijde staat: 'Ick geloof in god den vaeder den almaeg[tige] schepper van hemel en [a]erde'. Door deze tekst is het duidelijk dat de apostelen hier zijn weergegeven als de auteurs van het credo. Onder het credo worden de twaalf artikelen van de apostelen verstaan. Hierin hadden zijn hun evangelie verwoord, datgene wat zij zouden prediken als zij de wereld in trokken na Christus' dood. Een legende verhaalt dat alle apostelen bij hun laatste bijeenkomst de grondbeginselen van het geloof in één zin of spreuk hadden samengevat. Daarna trokken ze de wereld in. Het opschrift in deze schildering is de spreuk van Petrus, de eerste leerling van Christus. Onder de schildering luidt het opschrift links: 'S. Peter', van het opschrift rechts is alleen nog de letter 'S.......' te zien. De schildering bestaat uit twee fragmenten; het grootste fragment beslaat de gehele bovenzijde. Het tweede fragment, dat een stuk kleiner is, beslaat de hoek linksonder. Van Petrus zijn het hoofd en een schouder te zien, van Paulus alleen het hoofd. Petrus is ietwat kalend weergegeven maar met baard. Hij heeft zijn hoofd sterk naar achteren gedraaid, zodat hij naar Paulus kijkt die achter hem staat. Paulus is afgebeeld met haar en baard in donkerbruine oker. De scène lijkt zich binnenshuis af te spelen; op de achtergrond is een muur met ramen van een architectonisch vormgegeven ruimte te zien. De achtergrond is geschilderd in verschillende gradaties bruine oker om licht en schaduwwerking en de afzonderlijke stenen van de muur aan te geven. Het kleinere fragment, in de hoek linksonder, laat de blote voeten van Petrus zien met een zoom van zijn rode mantel. Petrus is lopend weergegeven. Naast de zoom van zijn mantel is een wapen te zien. 'Gedeeld, I. In zilver een gedeelde adelaar van sabel kijkend naar rechts; II. In keel een spanzaag van natuur'. Waarschijnlijk is dit een familiewapen geweest van een stichter. Tussen de fragmenten is het muurvlak voorzien van een nieuwe kalklaag, geschilderd in een bijpassende crèmewitte kleur, aangebracht met borstelige verfstreken. Ook op deze schildering zijn de randen van de fragmenten, delen van de achtergrond, een deel in het midden van de rechtervoet en de baard in arceertechniek bijgeschilderd. De schildering is niet voorzien van een omlijsting. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) schildering in seccotechniek op kalk
-
Apostel (waarschijnlijk Andreas)Verder in oostelijke richting, op het muurvlak tussen twee ramen, bevindt zich een derde apostel. De gestalte zou Sint-Andreas voor kunnen stellen, omdat deze na Petrus en Paulus een van de eerste leerlingen van Christus was. Zijn attribuut, het zogenoemde Andreaskruis, dat de vorm van een 'X' heeft, is op de restanten niet te zien. De schildering is voorzien van een eenvoudige, in donkergrijze lijnen geschilderde omlijsting, waarin aan de bovenkant ruimte is gemaakt voor een opschrift. Deze luidt:’….Christus.........aer............zn [of zm].........onze...... De omlijsting wordt bekroond met een cirkelvorm waarin een zespuntige ster te zien is; om de cirkelvorm zijn ornamenten in de vorm van gestileerde plantenmotieven geschilderd. De schildering bestaat uit een groot fragment dat bijna de gehele rechterbovenhoek beslaat. Twee kleinere fragmenten bevinden zich rechtsonder, in het verlengde van het grote fragment. Op het grote fragment zijn in het midden het hoofd en een deel van de romp van de figuur te zien. De apostel heeft zijn hoofd iets gedraaid en kijkt schuin naar achteren. Het haar en de baard van de man zijn geschilderd in donkerbruine oker. Hij gaat gekleed in een wit onderkleed, dat alleen bij de hals zichtbaar is, en een mantel waarvan het rechter deel rood en het linker blauw is. De lichtpaarse achtergrond is versierd met plantenmotieven. Op twee kleinere fragmenten zijn delen van de mantel te zien. In deze schildering is veel bijgeschilderd. Doordat ook deze bijschilderingen uitgevoerd zijn in een arceertechniek, is het oorspronkelijke werk goed te onderscheiden van de later aangebrachte delen. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) schildering in seccotechniek
-
Jacobus de Meerdere (waarschijnlijk)De apostel Jacobus de Meerdere is gericht naar het oosten en loopt in een architectonisch vormgegeven achtergrond. Dit lijkt een rondgebogen muur te zijn, met een kroonlijst, geschilderd in lichtbruine oker voor de lichtere delen en donkerbruine oker voor de rondlopende schaduwkant. De apostel heeft een baard en is gekleed in een okerbruine pij die bij zijn middel samengebonden is. Het haar en de baard van Jacobus zijn geschilderd in donkerbruine oker, de pij in lichtbruine oker met een donkerbruine oker om modelé aan te geven bij de mouwaanzet. Op zijn rug hangt een hoed waarvan de brede rand te zien is. Op de hoed is vaag de vorm van een schelp te herkennen, een van Jacobus' attributen. Een ander attribuut van de heilige is het zwaard, het wapen waardoor hij de dood vond. Ook dit is, zij het gedeeltelijk, op het tafereel gevonden. Bovendien is de heilige op traditionele wijze blootsvoets afgebeeld. De oorspronkelijke schildering bestaat nu nog uit drie grote fragmenten waarvan de onderste en bovenste bijna over de gehele breedte van de schildering bewaard zijn gebleven. In het bovenste fragment zijn het hoofd en de schouders van Jacobus, en een deel van de architectonisch vormgegeven achtergrond te zien. Op het middelste fragment zien we een deel van de pij. Het onderste fragment toont aan de linkerkant het onderste gedeelte van de architectonische achtergrond. Tussen de fragmenten is het muurvlak voorzien van een nieuwe kalklaag, geschilderd in een bijpassende crèmewitte kleur die is aangebracht met borstelige verf streken. Ook op deze schildering zijn de bijgeschilderde delen in arceertechniek uitgevoerd: de randen van de fragmenten, delen van de achtergrond, een deel in het midden van de rechtervoet en de baard. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) schildering in seccotechniek op kalk
-
Maria in stralenkrans Op het gedichte venster in de oostmuur van de zuidbeuk is een afbeelding gevonden van Maria met het Christuskind. Ze staat in een stralenkrans en op een maansikkel, de verbeelding van haar reinheid, maagdelijkheid, en van haar rol als de moeder van de verlosser. De schildering is voorzien van een eenvoudige, in donkergrijze lijnen geschilderde, omlijsting. Bovenin zien we twee wapenschilden, waarvan alleen de donkergrijze contouren nog zichtbaar zijn. De heilige Maagd is geschilderd op een grijze achtergrond. Maria draagt het Christuskind op haar rechterarm. Ze gaat gekleed in een wit ondergewaad met daarover een okerrode mantel. In de kleding is modelé aangebracht door een donkere gradatie van de okerkleur. Haar lange haar reikt tot over de schouders en is geschilderd in verschillende gradaties lichtgele tot bruine oker. Haar gezicht is naar de toeschouwer gericht. Om haar heen zijn, in een mandorlavormige krans, vlammen geschilderd in gradaties van gele en bruine oker. De maansikkel is in een lichtgrijze kleur geschilderd. Ter hoogte van de Christusfiguur is een rechthoekige lacune op de romp van Maria met een crèmekleurige laag gevuld. Van de oorspronkelijke omlijsting zijn slechts enkele fragmenten bewaard gebleven. Deze zijn bijgeschilderd tot een complete omlijsting. De plaatsen waar de verflaag is verdwenen, zoals in de figuur en in de achtergrond, zijn bijgeschilderd. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) schildering in secco techniek op kalk