Items
-
Restauratie Kerk van Wirdum in 1987 - 1994restauratie van twee zeer onthechte muurschilderingen aan de noordwand en consolidatie van dagkantschildering oostwand. schilderingen noordwand bleken compleet onthecht en aangetast door zouten. vastgezet met mowilith. Schildering dagkant oostwand verfhuid sterk gedegradeerd, oppervlak voorzien van beschermlaag.
-
Restauratie Kerk van Wirdum in 1959 - 1961Ontdekking en blootlegging tijdens restauratie. Kerk verkeerde in verwaarloosde toestand. Muurwerk waarschijnlijk volledig vol vocht. Schilderingen in dagkant middelste venster oostwand blootgelegd door verwijdering metselwerk in het ooit dichtgezette venster. Hierdoor heeft het oppervlak een enorme klimatologische schommeling doorstaan.
-
Restauratie Petrus en Pauluskerk in 2014Herstel bevingsschade in de Mariakapel en het koor. De schade in de Mariakapel was omvangrijker dan in het koor.
-
Restauratie Petrus en Pauluskerk in 1953 - 1957Restauratie gewelfschilderingen in het koor. In 1957 restauratie gewelfschilderingen Mariakapel. In 1956 stierf Gerhard Jansen, waarna J.R. van Nijendaal de restauratie vervolgde waarbij hij de schilderingen in het koor en Mariakapel 'nazag'.
-
Restauratie Petrus en Pauluskerk in 1942 - 1944Restauratie gewelfschilderingen in de Mariakapel (noorderkapel). Technisch gezien uitstekend gerestaureerd en hier en daar aangevuld.
-
Restauratie Petrus en Pauluskerk in 1938H. Heyenga (schilder uit Loppersum) kreeg in 1938 de opdracht om de kerk opnieuw te witten, waarbij schilderingen in koor en Mariakapel werden ontdekt. Kort daarna werd in opdracht van de Monumentenzorg een onderzoek uitgevoerd door Gerhard Jansen.
-
Restauratie Petrus en Pauluskerk in 1912Schilderingen bij toeval ontdekt in 1912, o.a. pelikaan in koor.Bij gebrek aan restaurator werd hier verder niets mee gedaan.
-
Restauratie Jacobikerk/Dionysiuskerk in 2015Aardbevingschadeherstel. Alle 'aangewezen' scheuren zijn geinjecteerd en gevuld met kalk. Er hebben naast het bevingsschadeherstel verder geen conserverende handelingen plaatsgevonden. Hooguit wat noodinjecties bij extreem onthechte delen die toevallig werden ontdekt.
-
Restauratie Jacobikerk/Dionysiuskerk inErgens na 1986 werd het inmiddels opnieuw door zouten verwoestte restauratiepleisterwerk van de wanden hersteld.
-
Restauratie Jacobikerk/Dionysiuskerk in 1972 - 1977Volledige restauratie kerkgebouw, blootlegging en restauratie van gewelfschilderingen in de twee koortraveeen. Het schip en de noorbeuk worden bedekt gelaten. In het schip zit nog de baksteemimitatie onder de witkalk/deels restauratiepleister, met op de westwand nog een draak (1350) . De noordbeuk is in de 18de eeuw bijgebouwd. Hier zijn geen schilderingen aanwezig. De schilderingen zijn vastgezet met plextol B500. Het onderliggende metselwerk bleek heel slecht. Inboetwerk werd uitgevoerd met cementmortel. Lacunes in de gewelven en bijna al het pleisterwerk van de wanden werd vervangen door cementmortel. Er is minimaal geretoucheerd.
-
Restauratie Jacobikerk/Dionysiuskerk in 1935Ontdekking enkele schilderingen in het koor, gedocumenteerd en weer overgewit.
-
Restauratie kerk van Garmerwolde in 2013Conservatie muur- en gewelfschilderingen en herstel bevingsschade. Conservatie van alle schilderingen door OUOU. Bij alle schilderingen zijn onthechte delen vastgezet met kalkinjecties. Retouches van Gerhard Jansen zijn grotendeels intact gebleven op enkele na. Nieuwe vullingen zijn geretoucheerd in trattegio. Tijdens de conservatie zijn er een minimaal aantal bevingsscheuren hersteld, vooral 1 grote in het vieringgewelf. De restauratiekalkverf van al het omliggende restauratiepleisterwerk in de gewelven is na de grote restauratieperiode van de jaren '40 zwaar verkleurd geraakt in zwart gele tinten. Dit waarschijnlijk als gevolg van schimmels in de (caseine)kalkverf. Deze vlekken zijn tijdens de laatste restauratieperiode van 2013 gecamoufleerd met poederklei. Het door zout verwoeste restauratiepleisterwerk van alle wanden werd afgeschraapt en vervangen door aannemer met een Jahnmortel.
-
Restauratie kerk van Garmerwolde in 1941 - 1944Onderzoek, blootlegging en restauratie. Volledige restauratie van de kerk (in- en exterieur). De schilderingen werden ontdekt, blootgelegd en gerestaureerd. De schilderingen zijn hierbij ruim en vol geretoucheerd en sterk gereconstrueerd, met een dunne bindmiddelarme (caseine)verf.
-
Restauratie Mariakerk in 2015Aardbevingschadeherstel. Alle 'aangewezen' scheuren zijn geinjecteerd en gevuld met kalk. Er hebben naast het bevingsschadeherstel verder geen conserverende handelingen plaatsgevonden. Hooguit wat noodinjecties bij extreem onthechte delen die toevallig werden ontdekt. In het herstelrapport is wel een beknopte conditieopname opgenomen.
-
Restauratie Mariakerk in 1967 - 1973Onderzoek, blootlegging en restauratie . Het zwaar in verval geraakte gebouw (sloopdreiging) werd van binnen en buiten gerestaureerd. Een verlaagd houten plafond in het koor werd verwijderd, dichtgemetselde vensters werden geopend. Tegelijkertijd werden alle schilderingen en decoraties ontdekt en blootgelegd.
-
Restauratie Stefanuskerk innog checken.
-
Restauratie Stefanuskerk in 1945 - 1950Algehele restauratie van kerkgebouw in- en exterieur. schilderingen blootgelegd en gerestaureerd. Ingrijpende restauratie na enorme oorlogsschade. Hierbij werden meerdere schilderingen uit verschillende periodes ontdekt, blootgelegd en gerestaureerd. De verfresten uit meerder periodes zijn fragmentarisch gebeven en nauwelijks aangevuld of gereconstrueerd. Vermoedelijk is hierbij alleen kalk en caseine gebruikt. Mogelijk voor het omliggende werk is wel cementhoudende restauratiemortel gebruikt.
-
Restauratie Sebastiaanskerk in 2019Conservatie muur- en gewelfschilderingen en herstel bevingsschade. Noodzakelijk onderhoud aan alle schilderingen (SIM). Scheurherstel bevingsschade in de gehele kerk, 31 incidenten. Het door zout en vocht aangetaste pleisterwerk aan onderzijde is vervangen.
-
Restauratie Sebastiaanskerk in 1948 - 1950Onderzoek, blootlegging en restauratie. Ingrijpende restauratie vanwege oorlogsschade, waarbij veel schilderingen zijn gereconstrueerd. Bij het herstel is veel cement gebruikt.
-
Majestas DominiOp het meest oostelijke gewelfvlak van het koor is de tronende Christus frontaal zittend afgebeeld binnen een vierpasmotief. Zijn rechterarm houdt hij gebogen voor zijn bovenlichaam; in zijn linkerhand houdt hij 'Het boek des levens', waarop de letters 'A' en 'Q' zijn aangebracht. Hij draagt een lang gewaad, waarbij onder de taille, in rechte lijnen, plooien zijn aangegeven. Bij de hals van de mantel is een decoratieve band aangebracht. Christus is hier als baardeloze jongeling, met een erg lange hals en kort, krullend haar weergegeven. Rond zijn hoofd is een uitsparing in de vorm van een nimbus te zien. Om Christus heen, binnen de vierpas, zijn in een rastervorm okergele en zwarte lijnen aangebracht. Dit raster is rechts van Christus erg vervaagd; links van hem zijn de mazen groter en is de schildering veel duidelijker. Het lijkt of het hier om een bijschildering gaat. De vierpasvorm wordt aangegeven met drie lijnen waaromheen een decoratieve lijst met gestileerde lelievormen is geschilderd. In de zwikken van de vierpas zijn de symbolen van de vier evangelisten geschilderd. Linksboven de engel van Mattheus, rechtsboven de adelaar van Johannes, rechts- onder de leeuw van Marcus en linksonder zijn resten van een os bewaard gebleven, het symbool van de evangelist Lucas. Wanneer we een foto van de schildering uit de jaren zestig vergelijken met een recente opname, blijkt dat de schildering in de loop van de tijd erg vervaagd is. Links van Christus staan twee heiligen ten voeten uit, mogelijk Johannes de Doper en Maria. Rechts van Christus zijn ook twee figuren geschilderd, waarvan mogelijk één Sint-Martinus, de patroonheilige van de kerk. (bron: Aldus…) gele oker en zwart op kalk
-
Sint Maartenskerk te BozumTijdens een restauratie van de kerk in 1941 werd een unieke Majestas-Dominischildering aangetroffen op de drie oostelijke gewelfvlakken van het koor. De schildering stamt uit de tweede helft van de dertiende eeuw. Daarnaast zijn decoratieve schilderingen ontdekt op de rondstaafribben van het meloengewelf. De Majestas Domini is het motief waarbij Christus wordt dit voorgesteld als leraar van de wereld. Traditioneel wordt dit als volgt afgebeeld: de op een troon gezeten Christus, binnen een mandorla, wordt omringd door de vier symbolen van de evangelisten óf de van Christus naar de vier windstreken uitgaande symbolen van de vier evangeliën. De rechterhand heeft hij opgeheven en in zijn linkerhand houdt hij 'Het boek des levens'. In de elfde eeuw worden de jonge, baardeloze én de strengere, bebaarde Christus- figuren naast elkaar gebruikt, terwijl in de twaalfde eeuw de bebaarde Christus de overhand neemt. Het motief van de Majestas Domini komt in Europa regelmatig voor als versiering van de absis en als timpaanvulling in met name twaalfde- en dertiende-eeuwse Romaanse kerken. Daarnaast komt het motief ook in vroeg middeleeuwse miniaturen regelmatig voor. De Majestas Domini die in de kerk te Bozum is afgebeeld, valt binnen de traditie van de uitbeelding van dit motief. In Friesland is dit het enige voorbeeld van een Majestas Domini.
-
WijdingskruisEr is erg weinig van de schildering bewaard gebleven. Slechts enkele delen van twee armen van het kruis in rode oker en zwart en de gele strepen van de stralen tussen deze armen zijn bewaard gebleven. Het kruis is een zogenoemd Maltezer kruis, hetgeen te zien is aan de typerende speervorm van de armen. Het is goed mogelijk dat het wijdingskruis is aangebracht tijdens het inwijden van het nieuwe koor dat rond 1500 is gebouwd. Gezien de plaats waar het kruis zich bevindt, in de laatste travee van het schip, is dit goed denkbaar. Het kruis kan dus vlak na 1500 geschilderd zijn. Tijdens een restauratie van de kerk in 1981-1983 is dit wijdingskruis ontdekt. De schildering is vervolgens gerestaureerd door E. Algra uit Blerikum. rode oker, gele oker en zwart op kalk
-
Mariakerk te BearsTijdens een restauratie van de kerk in 1981-1983 is op het muurvlak van de zesde travee aan de noordzijde een geschilderd wijdingskruis ontdekt. Er is erg weinig van de schildering bewaard gebleven.
-
Ongeïdentificeerde schilderingEen voor een klein gedeelte bewaard gebleven persoon met een lier is op de volgende gewelfvlak te zien. De figuur lijkt te zitten met het snaarinstrument op zijn schoot. Hij houdt de draaislinger in zijn hand. Dit instrument is het enige attribuut dat een aanknopingspunt kan zijn voor een identificatie, hetgeen tot op heden niet is gelukt. Schildering ontdekt in 1998 door H. Hut. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Ongeïdentificeerde schildering, mogelijk Koning DavidEen op de harp spelende figuur is vaag bewaard gebleven. De contouren van zijn hoofd zijn te zien, net als vage omtrekken van zijn lichaam. Een gedeelte links van het midden is duidelijker: hier zijn de handen en armen van de figuur te zien een de harp die hij bespeelt. Wanneer we kijken naar de geïdentificeerde figuren die in het koor zijn aangebracht, zien we dat allen prefiguraties zijn van Christus of een aspect uit zijn leven verbeelden waaruit zijn goddelijkheid blijkt. Wanneer we in deze richting zoeken, komen we op Koning David die een prefiguratie van Christus was en daarbij de patroon der musici; hij heeft de harp als attribuut. David was een herdersjongen die koning van Israël werd. Hij zou volgens de apostel Mattheus de voorvader van Christus zijn, waardoor deze prefiguratie niet verwonderlijk is. Het is dus mogelijk dat de figuur Koning David heeft voorgesteld die op zijn harp speelt. Schildering ontdekt in 1993 door L. Muller. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Ongeïdentificeerde schildering geflankeerd door Aaron en SalomonOngeïdentificeerde schildering geflankeerd door Aaron en Salomon. Het centrale tafereel is hier geschilderd binnen een ronde boog bestaand uit een aantal banden met gesloten hogels. Midden in het muurvlak bevindt zich een klein rondgebogen venster; de schildering loopt door tot op de dagkanten van het venster. Schildering ontdekt in 1993 door L. Muller. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Een niet met zekerheid geïdentificeerde schilderingEen niet met zekerheid geïdentificeerde schildering, evt. een gevangenname, geflankeerd door Mozes en een ongeïdentificeerd object/figuur. Schildering ontdekt in 1986. door L. Muller. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Isaak en AbrahamRestanten van twee oudtestamentische figuren flankeren het centrale tafereel. Schildering ontdekt in 1998, door H. Hut en H. Visser. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Maria met kindEen gekroonde Maria zit met het Christuskind op haar schoot, binnen een amandelvormige mandorla, en kijkt de toeschouwer aan. De achtergrond waarop Maria is geplaatst was oorspronkelijk blauw, de kleur die haar kuisheid en onschuld symboliseert. De pigmenten zijn echter verbleekt waardoor er nu alleen nog een groengrijze tint te zien is. Van haar gewaad zijn enkele okergele kleurvlakken bewaard gebleven. Ook van haar gezicht zijn alleen vervaagde gelaatstrekken te onderscheiden, wél zijn de donkere contouren en plooien van haar kleed duidelijk te zien. De schildering toont veel overeenkomsten met de schilderingen die in het koor zijn aangebracht, en stamt hoogstwaarschijnlijk uit dezelfde periode. Wellicht is de Mariaschildering vlak na het overwelven van de kerk aangebracht. Schildering ontdekt in 1998 door H. Hut, Beerta. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers en een blauw pigment op kalk
-
WijdingskruisLoopt men vanaf de ingang van de kerk in de richting van het koor dan is links op de aanzetsteen van het gewelf in de tweede travee van het schip een restant van een wijdingskruis te zien. Gezien de plaats waar het zich bevindt, is het wijdingskruis waarschijnlijk aangebracht bij het inwijden van het nieuwe en verhoogde gewelf. Helaas zijn delen van het wijdingskruis onlangs tijdens de restauratie van de muur gevallen, omdat de schildering erg gedesintegreerd was. Oorspronkelijk was er een rode cirkel geschilderd, aangegeven door een lijn waarbinnen vage okerrode lijnen en kleurvlakken bewaard gebleven zijn, maar nu is slechts de linkerhelft bewaard gebleven. Schildering ontdekt in 1986, door L. Muller. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Kleine figuur in zwarte lijnenEr is nóg een schildering in het schip aangetroffen die vanuit het schip niet zichtbaar is. Alleen wanneer men de orgeltribune betreedt, valt de kleine figuur in het oog, bovenaan op de noordmuur van de eerste travee van het schip. Het identificeren van de figuur is tot op heden niet gelukt doordat er te weinig aanknopingspunten zijn. Op de achtergrond zijn resten rode- en gele-okerpigmenten aangetroffen; het is niet duidelijk wat hier oorspronkelijk is afgebeeld. Van de figuur, geschilderd in zwarte lijnen, zijn alleen het hoofd en een deel van de romp bewaard gebleven. Dit fragment is het enige restant dat is overgebleven van de schilderingen die op de gehele noordwand van het schip hebben gezeten. Tijdens een restauratie van de kerk in de jaren dertig werden de muren van het schip voorzien van een nieuwe pleisterlaag, waarvoor het oude pleisterwerk verwijderd werd. Tussen de brokstukken werden kleurresten aangetroffen van muurschilderingen. Helaas was het toen al te laat om de schilderingen te bewaren of om een idee te krijgen wat hier oorspronkelijk geschilderd was. Waarschijnlijk is de schildering in de eerste travee alleen bewaard gebleven omdat dit muurvlak niet zichtbaar was voor de kerkganger en dus niet van een nieuwe pleisterlaag voorzien behoefde te worden. Schildering ontdekt in 1986, door L. Muller, Zuidhorn. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) zwart en rode oker op kalk
-
Johanneskerk te BritsumWijdingskruis, een zeer fraaie Mariaschildering en bijzondere en kleurrijke schilderingen in het koor. De schilderingen worden gedateerd dertiende eeuws of rond 1300. Naast de rondboogstaven van de gewelfconstructie in het koor is baksteenimitatie geschilderd die bestaat uit rode vlakken en witte voegen. Gezien de vorm en grootte van de geschilderde bakstenen lijkt deze van latere datum te zijn dan de baksteenimitatie behorende tot het sacramentshuisje. De baksteenimitatie naast de rondstaafboogribben is een typisch gotisch decoratie- element. Mogelijk stamt deze uit de wit-roodperiode, een kerkinterieurstijl in het noorden van Nederland die ongeveer in 1425 begon en een eeuw duurde. De rondboogstaven zijn aan beide lengtezijden beschilderd met okerrode karteltandmotieven. Bovendien is over het midden van de rondboogstaven een gele band aangebracht met aan elkaar geschilderde Andreaskruizen. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) Bij de restauratie in 1998-'99 zijn bijzondere schilderingen gevonden uit circa 1270. In het schip bevindt zich een gewelfschildering van Maria met Kind in een mandorla. De wanden van het koor tonen een rijk uitgevoerde passiecyclus van Christus en daarboven in de boogzwikken de corresponderende Oudtestamentische figuren. (bron: Monumenten in Nederland. Fryslan.)
-
Restant van een figuurWie hier is voorgesteld is onduidelijk; er wordt verondersteld dat hier een kerkvader is afgebeeld. Grote delen van deze schildering zijn bijgeschilderd. Het fragmentarische, oorspronkelijke schilderwerk aan de onderkant van de lijst is aangevuld. Boven is de lijst vager, omdat hier de schildering is verdwenen. De randen van de verschillende fragmenten zijn bijgeschilderd. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) schildering in seccotechniek op kalk
-
JesaiaVan deze schildering zijn meerdere fragmenten bewaard gebleven. Het is een afbeelding van een oudtestamentische figuur, de profeet Jesaja, ten voeten uit. Hij heeft een lange spitse baard, die evenals het haar in donkerbruine oker is geschilderd. Hij draagt een wit gewaad met gele strepen en wijde mouwen waarover hij een okerrode geborduurde schoudermantel heeft geslagen; aan zijn voeten draagt hij gele schoenen. De profeet is geplaatst op een tegelvloer, geschilderd in lichtbruine oker met lijnen in donkerbruine oker die de afzonderlijke tegels aangeven. De achtergrond is een architectonisch vormgegeven muur in lichtbruine- en donkerbruine oker om de schaduwpartijen aan te geven. In zijn linkerhand heeft hij zijn attribuut, een opengeslagen boek, terwijl hij met de wijsvinger van zijn rechterhand omhoog naar het oosten wijst. De blik van de figuur is gericht op de oostmuur van de zuidbeuk, waar een afbeelding van Maria te zien is. Deze profeet, die de apostelen voorafgaat, brengt de samenhang tussen de apostelserie en de Mariafiguur tot stand. Jesaia voorspelde onder andere de onbevlekte ontvangenis van Maria en de doop van Christus. De stoet apostelen wordt zodoende voorafgegaan door de profeet, die het dichtst bij Maria staat. Ook deze schildering is bijgeschilderd, voornamelijk in de hoek linksonder, waar delen van de tegelvloer en de rechtervoet in overeenkomstige kleuren in arceertechniek zijn aangebracht. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) schildering in seccotechniek op kalk
-
Petrus en PaulusDe schildering van Petrus en waarschijnlijk Paulus is een stuk breder dan de eerder beschreven schilderingen, maar is op dezelfde hoogte geplaatst. Om de figuren is een eenvoudige omlijsting in donkergrijze lijnen, die wordt bekroond door twee, inmiddels onleesbare wapens. Boven en onder de schildering is ruimte in de omlijsting gemaakt voor twee naast elkaar liggende vakken voor opschriften. Boven de schildering luidt het opschrift aan de rechterzijde: 'Anno 1575', in het vak aan de linkerzijde staat: 'Ick geloof in god den vaeder den almaeg[tige] schepper van hemel en [a]erde'. Door deze tekst is het duidelijk dat de apostelen hier zijn weergegeven als de auteurs van het credo. Onder het credo worden de twaalf artikelen van de apostelen verstaan. Hierin hadden zijn hun evangelie verwoord, datgene wat zij zouden prediken als zij de wereld in trokken na Christus' dood. Een legende verhaalt dat alle apostelen bij hun laatste bijeenkomst de grondbeginselen van het geloof in één zin of spreuk hadden samengevat. Daarna trokken ze de wereld in. Het opschrift in deze schildering is de spreuk van Petrus, de eerste leerling van Christus. Onder de schildering luidt het opschrift links: 'S. Peter', van het opschrift rechts is alleen nog de letter 'S.......' te zien. De schildering bestaat uit twee fragmenten; het grootste fragment beslaat de gehele bovenzijde. Het tweede fragment, dat een stuk kleiner is, beslaat de hoek linksonder. Van Petrus zijn het hoofd en een schouder te zien, van Paulus alleen het hoofd. Petrus is ietwat kalend weergegeven maar met baard. Hij heeft zijn hoofd sterk naar achteren gedraaid, zodat hij naar Paulus kijkt die achter hem staat. Paulus is afgebeeld met haar en baard in donkerbruine oker. De scène lijkt zich binnenshuis af te spelen; op de achtergrond is een muur met ramen van een architectonisch vormgegeven ruimte te zien. De achtergrond is geschilderd in verschillende gradaties bruine oker om licht en schaduwwerking en de afzonderlijke stenen van de muur aan te geven. Het kleinere fragment, in de hoek linksonder, laat de blote voeten van Petrus zien met een zoom van zijn rode mantel. Petrus is lopend weergegeven. Naast de zoom van zijn mantel is een wapen te zien. 'Gedeeld, I. In zilver een gedeelde adelaar van sabel kijkend naar rechts; II. In keel een spanzaag van natuur'. Waarschijnlijk is dit een familiewapen geweest van een stichter. Tussen de fragmenten is het muurvlak voorzien van een nieuwe kalklaag, geschilderd in een bijpassende crèmewitte kleur, aangebracht met borstelige verfstreken. Ook op deze schildering zijn de randen van de fragmenten, delen van de achtergrond, een deel in het midden van de rechtervoet en de baard in arceertechniek bijgeschilderd. De schildering is niet voorzien van een omlijsting. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) schildering in seccotechniek op kalk
-
Apostel (waarschijnlijk Andreas)Verder in oostelijke richting, op het muurvlak tussen twee ramen, bevindt zich een derde apostel. De gestalte zou Sint-Andreas voor kunnen stellen, omdat deze na Petrus en Paulus een van de eerste leerlingen van Christus was. Zijn attribuut, het zogenoemde Andreaskruis, dat de vorm van een 'X' heeft, is op de restanten niet te zien. De schildering is voorzien van een eenvoudige, in donkergrijze lijnen geschilderde omlijsting, waarin aan de bovenkant ruimte is gemaakt voor een opschrift. Deze luidt:’….Christus.........aer............zn [of zm].........onze...... De omlijsting wordt bekroond met een cirkelvorm waarin een zespuntige ster te zien is; om de cirkelvorm zijn ornamenten in de vorm van gestileerde plantenmotieven geschilderd. De schildering bestaat uit een groot fragment dat bijna de gehele rechterbovenhoek beslaat. Twee kleinere fragmenten bevinden zich rechtsonder, in het verlengde van het grote fragment. Op het grote fragment zijn in het midden het hoofd en een deel van de romp van de figuur te zien. De apostel heeft zijn hoofd iets gedraaid en kijkt schuin naar achteren. Het haar en de baard van de man zijn geschilderd in donkerbruine oker. Hij gaat gekleed in een wit onderkleed, dat alleen bij de hals zichtbaar is, en een mantel waarvan het rechter deel rood en het linker blauw is. De lichtpaarse achtergrond is versierd met plantenmotieven. Op twee kleinere fragmenten zijn delen van de mantel te zien. In deze schildering is veel bijgeschilderd. Doordat ook deze bijschilderingen uitgevoerd zijn in een arceertechniek, is het oorspronkelijke werk goed te onderscheiden van de later aangebrachte delen. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) schildering in seccotechniek
-
Jacobus de Meerdere (waarschijnlijk)De apostel Jacobus de Meerdere is gericht naar het oosten en loopt in een architectonisch vormgegeven achtergrond. Dit lijkt een rondgebogen muur te zijn, met een kroonlijst, geschilderd in lichtbruine oker voor de lichtere delen en donkerbruine oker voor de rondlopende schaduwkant. De apostel heeft een baard en is gekleed in een okerbruine pij die bij zijn middel samengebonden is. Het haar en de baard van Jacobus zijn geschilderd in donkerbruine oker, de pij in lichtbruine oker met een donkerbruine oker om modelé aan te geven bij de mouwaanzet. Op zijn rug hangt een hoed waarvan de brede rand te zien is. Op de hoed is vaag de vorm van een schelp te herkennen, een van Jacobus' attributen. Een ander attribuut van de heilige is het zwaard, het wapen waardoor hij de dood vond. Ook dit is, zij het gedeeltelijk, op het tafereel gevonden. Bovendien is de heilige op traditionele wijze blootsvoets afgebeeld. De oorspronkelijke schildering bestaat nu nog uit drie grote fragmenten waarvan de onderste en bovenste bijna over de gehele breedte van de schildering bewaard zijn gebleven. In het bovenste fragment zijn het hoofd en de schouders van Jacobus, en een deel van de architectonisch vormgegeven achtergrond te zien. Op het middelste fragment zien we een deel van de pij. Het onderste fragment toont aan de linkerkant het onderste gedeelte van de architectonische achtergrond. Tussen de fragmenten is het muurvlak voorzien van een nieuwe kalklaag, geschilderd in een bijpassende crèmewitte kleur die is aangebracht met borstelige verf streken. Ook op deze schildering zijn de bijgeschilderde delen in arceertechniek uitgevoerd: de randen van de fragmenten, delen van de achtergrond, een deel in het midden van de rechtervoet en de baard. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) schildering in seccotechniek op kalk
-
Maria in stralenkrans Op het gedichte venster in de oostmuur van de zuidbeuk is een afbeelding gevonden van Maria met het Christuskind. Ze staat in een stralenkrans en op een maansikkel, de verbeelding van haar reinheid, maagdelijkheid, en van haar rol als de moeder van de verlosser. De schildering is voorzien van een eenvoudige, in donkergrijze lijnen geschilderde, omlijsting. Bovenin zien we twee wapenschilden, waarvan alleen de donkergrijze contouren nog zichtbaar zijn. De heilige Maagd is geschilderd op een grijze achtergrond. Maria draagt het Christuskind op haar rechterarm. Ze gaat gekleed in een wit ondergewaad met daarover een okerrode mantel. In de kleding is modelé aangebracht door een donkere gradatie van de okerkleur. Haar lange haar reikt tot over de schouders en is geschilderd in verschillende gradaties lichtgele tot bruine oker. Haar gezicht is naar de toeschouwer gericht. Om haar heen zijn, in een mandorlavormige krans, vlammen geschilderd in gradaties van gele en bruine oker. De maansikkel is in een lichtgrijze kleur geschilderd. Ter hoogte van de Christusfiguur is een rechthoekige lacune op de romp van Maria met een crèmekleurige laag gevuld. Van de oorspronkelijke omlijsting zijn slechts enkele fragmenten bewaard gebleven. Deze zijn bijgeschilderd tot een complete omlijsting. De plaatsen waar de verflaag is verdwenen, zoals in de figuur en in de achtergrond, zijn bijgeschilderd. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) schildering in secco techniek op kalk -
Apostel Mattheus De meest noordoostelijke pijler van het schip uit de gesloopte Galileërkerk is bewaard gebleven, met daarop de schildering van de apostel Mattheus. Hij staat in driekwart aangezicht, in volle lengte afgebeeld met zijn attributen, een boek en een aks, in zijn hand. Opvallend aan deze schildering is dat door de verkeerde lichaamsverhoudingen het bovenlichaam niet in relatie lijkt te staan met het onderlichaam, hetgeen gecompenseerd lijkt te worden door de gekunstelde draperieën van de mantel. De gehele achtergrond is overgeschilderd in een groenblauwe kleur. Dat deze laag later is aangebracht, is te zien aan de contouren van vooral de handen, waar de groenblauwe kleur de vingers overlapt. Deze schildering vertoont veel overeenkomsten met de apostelserie in de Grote Kerk van Leeuwarden, die volgens Wassenbergh van de hand van Adriaen van Cronenburgh is. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) -
Ondergang der reformatorenVan dit fragment is zeer weinig bewaard, met behulp van bronnen is duidelijk dat op dit fragment de ondergang van de reformatoren is afgebeeld. Fragment bevindt zich in het Fries Museum te Leeuwarden, oorspronkelijk in de voormalige Galileërkerk te Leeuwarden. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
BiechtOp dit fragment is de biecht afgebeeld. Het thema wordt verduidelijkt met het opschrift: ‘penitent[ia]’ .Het fragment bevindt zich in het Fries Museum te Leeuwarden, oorspronkelijk in de voormalige Galileërkerk te Leeuwarden. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
EucharistieOp dit fragment is de eucharistie afgebeeld. Fragment bevindt zich in het Fries Museum te Leeuwarden, oorspronkelijk in de voormalige Galileërkerk te Leeuwarden. okers op kalk
-
HuwelijkOpschrift boven het tafereel:’matrimonivm’. Rechts is een priester te zien die in zijn handen een grote ronde kelk houdt waarop de bruiloft te Kana staat afgebeeld. Bevindt zich in het Fries Museum te Leeuwarden, oorspronkelijk op de zuidmuur van de voormalige Galileërkerk te Leeuwarden. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Muurschildering metrobuis door Woody van AmenEen lang abstract werk dat zich vanaf het perron uitstrekt over bijna de gehele lengte van de metrotunnel. Het is een kinetisch optisch kunstwerk, waarvan het visuele effect alleen te ervaren is vanuit een bewegende metro. Het kunstwerk heeft als thema beweging. Het toont een geel vlak waarop aan de onderzijde eerst een zwarte streep zichtbaar is. Daarboven komen daar met tussenpauze steeds een lijn bij. In totaal worden het zeven parallelle lijnen. Na de zevende (misschien acht, dat is niet goed te zien) draaien de lijnen en bewegen zij dichter naar de bovenkant het kunstwerk. Daarna verdwijnen de lijnen geleidelijk. De laatste lijn is bovenin zichtbaar tot het einde van het kunstwerk.
-
Negen mannelijke figurenNegen mannelijke figuren temidden van wolken. Bevindt zich in het Fries Museum te Leeuwarden, oorspronkelijk op de zuidmuur van de voormalige Galileërkerk te Leeuwarden. okers op kalk
-
Piet Hein Een schildering in grijstinten, met een ontwerp voor het grafmonument van Piet Hein. Het werk toont Piet Hein als 'priant', knielend aan het bidden. Om hem heen zien we het ontwerp van de zuilen en het triptaan die deel uitmaken van het grafmonument Deze muurschildering is vervaardigd als schets voor het grafmonument van Piet Hein. Pien Hein zelf is in grisaille, een schildering in grijstinten. De zuilen aan de zijkanten zijn in kleur uitgevoerd, namelijk rood. -
Oude Kerk Delft Piet Hein is op de muur geschilderd achter het grafmonument van Piet Hein (was alleen tijdens restauratie grafmonument zichtbaar). -
Fragment van een apostelFragment van een apostel (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) schildering in seccotechniek op kalk
-
Grote of Jacobijnerkerk te LeeuwardenZeven muurschilderingen (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600)
-
Voormalige Galileërkerk"Deze kerk is in 1940 afgebroken. Enkele van de aanwezige schilderingen zijn van de muur gehaald en geconserveerd door G. Janssen uit ’s-Gravenhage. Een gedeelte bevindt zich in het Fries Museum in Leeuwarden. " (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) "Tusschen hoofden noordbeuk gepleisterde zuilen, waarop in 1844 muurschilderingen met het jaartal 1570 werden gevonden.” (bron: Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel IX. De provincie Friesland)
-
Sint-Christoffel Het lijkt dat het hier gaat om Sint-Christoffel die het Christuskind draagt. Aan de positie van Christus te zien, lijkt deze op de schouder van de veel grotere Sint-Christoffel te zitten. Behalve de positie van de figuren ten opzichte van elkaar is ook het zegeteken dat Christus met zijn hand maakt, veelvoorkomend; we zien het ook bij de Sint-Christoffel te Kollum. De locatie van de schildering in de kerk is echter niet in overeenstemming met Sint- Christoffels betekenis als patroonheilige tegen een onverwachte dood. Om deze reden werd de schildering vaak vlakbij een uitgang geschilderd, hetgeen in Westergeest niet het geval is. Waarschijnlijk is de heilige hier afgebeeld om zijn bescherming tegen de watersnood. Westergeest is namelijk een van de plaatsen die vermoedelijk verplaatst is door wateroverlast. Het oorspronkelijke dorp heeft mogelijk meer ten noorden van het huidige dorp gelegen. Het kan hierom zijn dat men het niet zo nauw nam met de traditionele positie van de schildering in de kerk. Hetzelfde komt namelijk voor in de kerk te Bornwird, waar de heilige in het koor te zien is. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) Boven aan de noordwand van de koortravee is een fragment bewaard van een figuur met heiligenschijn en een kopje, een Annunciatie?, XIII (bron: Kollumerland en Nieuw Kruisland) okers op kalk -
Cyclus van de passie De schilderingen op het gehele absisgewelf zijn slecht bewaard gebleven waardoor de afzonderlijke taferelen niet goed te zien zijn. Waarschijnlijk zijn hier scènes uit het Nieuwe Testament en taferelen uit het Oude Testament uitgebeeld. Van enkele gestalten zijn ooit tekeningen gemaakt. Foto's van deze tekeningen bevinden zich in het archief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed; de tekeningen zelf zijn helaas verloren gegaan. De foto's geven wel enkele duidelijke figuren aan maar de taferelen kunnen hiermee niet geïdentificeerd worden. Omdat er op dit moment zo weinig van de schildering te zien is door het vervagen van de pigmenten en het verkleuren van het materiaal waarmee de schildering is gerestaureerd, moeten we voor een beschrijving van het tafereel afgaan op wat eerder over de schildering is geschreven, bijvoorbeeld door G.J. Hoogewerff. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk -
Nederlands-Hervormde Kerk te WestergeestMuurschilderingen in het absisgewelf, over het totale oppervlak, slecht bewaard gebleven en een fragment op de noordmuur. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) Het in tufsteen uitgevoerde apsisgewelf heeft nog enigszins waarneembare 13de-eeuwse muurschilderingen in de vorm van vier stroken voorstellingenvoorstellingen; de bovenste waarschijnlijk met Christus als rechter en daaronder heiligen. (bron: Monumenten in Nederland. Fryslan.)
-
Sint-Christoffel Sint-Christoffel is afgebeeld als de Christus drager: de reus waadt met beide benen door het water met het Christuskind op zijn linker schouder en een staf in zijn handen. Het hoofd van de heilige is verdwenen: alleen het rechteroog is gedeeltelijk nog te zien en ook is een okergele nimbus bewaard gebleven. Sint-Christoffel is gekleed in een vaalbruin hemd dat om zijn middel bijeen wordt gehouden door een riem of een touw. Hierover draagt hij een okerrode mantel. Het Christuskind op zijn linkerschouder houdt in zijn linkerhand een wereldkruis en met zijn omhoog gehouden rechterhand maakt hij een zegeteken. Hij draagt een donkerrood kleed waar modelé in is aangebracht door een lichtere gradatie rood. Op de achtergrond is een in zwarte lijnen geschilderd heuvellandschap te zien. Links zijn enkele huizen geschilderd en rechts, vlak naast de benen van de Sint-Christoffel, een boot met daarachter enkele heuvels. Het water waar de heilige in waadt is aangegeven met een gele oker waarin met zwarte lijnen enkele vissen geschilderd zijn. (bron: Aldus) Onder de schildering bleek bij de restauratie een andere voorstelling gestaan te hebben (rapport Otter). (bron: Kollumerland) Okers op kalk. De schildering is niet kort na het totstandkomen van de kerk aangebracht, omdat onder de Christoffelschildering een andere schildering werd aangetroffen tijdens de restauratie van de schildering in 1967. De staat van de schildering is vrij goed, mede doordat de schildering in 1881 niet werd vrijgelegd zoals bij de gewelfschilderingen wel het geval was. De schildering werd tijdens de restauratie in 1967 van de muur genomen, op een nieuwe drager aangebracht, vervolgens gerestaureerd en op de oorspronkelijke plaats teruggebracht. -
Arend Restanten van de symbolische weergave van de evangelist Johannes zijn te zien op het zuidelijke gewelfvlak van de zevende travee. Op dit moment zijn de restanten te fragmentarisch om een afbeelding in te herkennen. Daarnaast waren bij de sluitsteen fragmenten van ornamenten en een kroon te zien, maar ook deze zijn nu helaas verdwenen. okers op kalk -
Gevleugelde os Een gevleugelde os, het symbool van de evangelist Lucas, is geschilderd in geelbruine oker. Midden op de rug is een staafvormig ornament geschilderd dat overeenkomt met de ornamenten die geschilderd zijn bij de gewelfsluiting. Niet de gehele schildering is bewaard gebleven. De achterpoten zijn gedeeltelijk verdwenen, maar hier is de afbeelding voorzien van een nieuwe pleisterlaag waarop bijschilderingen zijn aangebracht in een lichtere kleur. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk -
Leeuw Eén van de vier symbolen van de evangelisten: van Marcus, de leeuw zijn slechts de achterpoten op het oostelijke gewelfvlak te zien. De ledematen van het dier zijn geschilderd in een bruine oker. Ook de leeuw is geplaatst op een achtergrond van plantenmotieven in groen en bruine oker. okers op kalk -
Fragmenten van een engel De vier symbolen van de evangelisten zijn eveneens op de gewelfvlakken te vinden. Enkele fragmenten van een engel zijn op het westelijke gewelf- vlak bewaard gebleven. De engel is de symbolische weergave van Mattheus. Hij houdt zijn attribuut, de staf, in zijn hand. Hiervan is nog een gedeelte te zien. Verder treft men delen van zijn witgrijze gewaad aan en is het gezicht van de engel met daaromheen het okergele haar redelijk bewaard gebleven. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk -
Vaas Op het noordelijke gewelfvlak is tegen de sluitsteen een vaas ontdekt waaruit plantenmotieven ontspringen in groene tinten en verschillende gradaties bruine oker. Aan weerszijden van de vaas worden de spits toelopende ornamenten doorstoken met staven. Op een van de takken zit een uil. De uil is de symbolische weergave van de synagoge en het jodendom, omdat deze vogel in het licht niet ziet en het licht juist gezien wordt als een symbool van het ware geloof. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk -
Eenhoorn De eenhoorn is op een achtergrond van plantenmotieven geplaatst. Het witte dier is geschilderd met grijze contouren en bruine oker voor schaduwpartijen. De eenhoorn is het symbool en attribuut van de kuisheid. Daarnaast is hij de personificatie van de 'blijde boodschap van Maria, waarbij Christus neerdaalt in haar maagdelijke schoot’. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk -
Rennend hert Het rennende hert bij de sluitsteen op het westelijke gewelfvlak is onder andere een symbolische weergave voor Christus. Het hert werd door zijn vermeende bijzondere krachten gezien als de over winnaar op de slang, het kwaad, en werd zo het symbool voor Christus, de bestrijder van het kwaad. Om zijn snelheid was het hert bij vele schrijvers eveneens het symbool voor de apostelen. Bovendien werd het hert in een aantal bijbelse teksten gebruikt als metafoor, één van de bekendste is: 'verlangt de ziel van de mens naar God, zoals het hert haakt naar de waterbronnen’. Het hert is hier geplaatst tussen groene plantvormige ornamenten die spits toelopen tot aan de fragmenten van een schildering boven de gordelboog. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk -
Christus In de laatste travee voor het koor is op de sluitsteen het aangezicht van Christus te vinden. Hij is afgebeeld met een tweepuntige baard, lang haar en aflopende schouders, hetgeen kenmerkend is voor het Christustype van de middeleeuwse kunstenaars. Om hem heen zien we de symbolen van de evangelisten en symbolische weergaven van Christus en Maria. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk -
Sint-Maarten te paard De patroonheilige van de kerk, Sint-Martinus te paard, is hier in de welbekende scène geschilderd waarin hij zijn mantel deelt met de bedelaar. Het tafereel is niet geheel bewaard gebleven; slechts drie fragmenten zijn nu nog te zien en het centrale gedeelte van de schildering is verdwenen. Het tafereel kan geïdentificeerd worden doordat alle figuren uit de legende nog gedeeltelijk aanwezig zijn: Sint-Martinus, de bedelaar en het paard. Op het bovenste fragment bevinden zich restanten van Sint-Martinus op zijn paard. De heilige richt zich naar de bedelaar op een ander fragment. Van de bedelaar zijn alleen de romp en een deel van het hoofd bewaard gebleven. Onder zijn gebogen linkerarm houdt de bedelaar een bruingekleurd voorwerp geklemd dat lijkt op een bedelnap. In de linkerhand houdt hij de punt van de mantel die hij van Sint- Martinus krijgt, vast. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk -
Maria in stralenkrans Twee fragmenten zijn behouden van de heilige Maagd. De stralenkrans rondom Maria is een verbeelding van de onbevlekte ontvangenis en van haar rol als moeder van Christus. Op het linker fragment is Maria's rechterhelft tot de schouders te zien. De Maagd staat frontaal afgebeeld op een okergele maansikkel waarvan de linker punt zichtbaar is. Ze draagt een groen gewaad dat vanaf haar taille in rechte plooien naar beneden valt. Haar rechterarm houdt ze gebogen om het, nu niet meer zichtbare, Christuskind vast te houden. Om Maria is gedeeltelijk de mandorlavormige okergele stralenkrans bewaard gebleven. Op een kleiner fragment bevindt zich een klein deel van de rechterzijde van de stralenkrans en een stuk van de linkerschouder of -arm van Maria. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk -
De vraatzucht Hier is de personificatie van een ondeugd afgebeeld: 'De vraatzucht'. De figuur is geplaatst op een achtergrond van ornamentele plantenmotieven. Er is een bovenlijf van een mannelijke figuur te zien. De mannelijke figuur is niet geheel bewaard gebleven. Van zijn gezicht zijn alleen de ogen, het voorhoofd en een deel van de kin zichtbaar en ook is zijn romp slechts gedeeltelijk behouden. De 'vraatzucht' is gericht naar de toeschouwer en richt zijn rechterhand naar de plek waar zijn mond moet zijn. Onder zijn rechterarm houdt hij een bruine kruik geklemd. De dikke buik, een gans en een kruik ondersteunen de identificatie van de figuur. Een soortgelijke afbeelding die eveneens geïdentificeerd is als 'De vraatzucht' is in de Martinikerk te Groningen te vinden. Boven 'De vraatzucht' is een mijter te zien die waarschijnlijk iets te maken heeft met Sint-Martinus, de patroonheilige van de kerk. De mijter is immers een symbool voor een bisschop. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk -
Rozetten, fragmenten en restanten van plantenmotieven Rozetten, fragmenten en restanten van plantenmotieven zijn op vele plekken te vinden op de gewelven. Daarnaast ook enkele vage restanten van waarschijnlijk figuratieve schilderingen zijn aangetroffen op de gewelven van de tweede travee. Een vierpotig dier met een lang- gerekt hoofd lijkt op het oostelijke gewelfvlak geschilderd te zijn Helaas zijn de restanten te vaag om dit met zekerheid vast te kunnen stellen. Hetzelfde geldt voor de drie kleine fragmenten op het noordelijke gewelfvlak. Boven de gordelboog op het oostelijke gewelfvlak, tussen de twee rozetten in, is eveneens een fragment van een schildering bewaard gebleven, die met een groenpigment geschilderd lijkt te zijn. Ook dit fragment is te klein om een indruk te geven van de voorstelling die hier oorspronkelijk is geschilderd. okers op kalk -
Sint-Maartenskerk te Kollum "De schilderingen die zich op de gewelven van de hoofdbeuk bevinden, stammen uit het derde kwart van de vijftiende eeuw. De grote Christoffelfiguur op de noordmuur van de vijfde travee is waarschijnlijk in de zestiende eeuw aangebracht. De schilderingen zijn onder te verdelen in figuratieve en decoratieve voorstellingen die zich op verschillende plaatsen op de gewelven bevinden” (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) "De schilderingen stellen allerlei symbolische figuren van planten en dieren voor, die in stijl te vergelijken zijn met schilderingen te Loppersum en 't Zandt in Groningerland. Een nadere studie wordt thans te Nijmegen verricht door P.M. le Blanc in het kader van een overzicht van middeleeuwse muur- en gewelfschilderingen.” (bron: Kollumerland en Nieuw Kruisland, voorafgegaan door Overzicht van de bouwkunst in Noordelijk Oostergo) -
Sint-FranciscusSint-Dominicus en Sint-Franciscus zijn op de bovenste strook van de derde pijler aan de noordzijde van het schip geschilderd. Sint-Franciscus is de stichter van de Franciscaner orde. Over het algemeen wordt hij afgebeeld in een pij en met stigmata in zijn handen, voeten en zijde, zoals ook het geval in Franeker is. Hij draagt een pij van geelbruine oker die met een touw om zijn middel is gebonden. Zijn gewonde handpalmen houdt hij opgeheven. De heilige is blootsvoets en op zijn rechtervoet is eveneens een wond te zien, van de linkervoet komen slechts de tenen onder zijn pij tevoorschijn. Franciscus kijkt omhoog waar twee okergele engelen vier zwarte stralen op de wonden in zijn handen en voeten richten. Een zijwond is hier niet geschilderd. De heilige draagt een baard en het haar is bij de kruin geschoren. De gelaatstrekken zijn geschilderd in verschillende gradaties grijs en zwart. Onder de schildering staat 'Scs Franciscus' geschreven. Een groot gedeelte van de schildering lijkt te zijn bijgewerkt en voorzien van een nieuwe pleisterlaag. Dit is het geval bij een langgerekt verticaal vlak aan de linkerzijde waar de zoom van de mantel en een klein gedeelte van de mouw zich bevinden, bij een gedeelte aan de rechterzijde, bij de elleboog en de zoom aan de rechterkant, en bij de ondergrond en de engelen. De ondergrond is op deze plaatsen iets ruwer en er is enig kleurverschil aan te tonen. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Sint-DominicusSint-Dominicus en Sint-Franciscus zijn op de bovenste strook van de derde pijler aan de noordzijde van het schip geschilderd. Sint-Dominicus was de stichter van de Dominicaner kloosterorde. Hij wordt vaak afgebeeld in het kleed van de orde; een witte pij en een zwarte mantel. Verder heeft hij vaak een boek in zijn hand en een wit en zwart gevlekte hond naast zich met een fakkel in z'n bek. De hond staat voor 'domini canes', dat hond van de heer betekent. Sint- Dominicus is hier op de traditionele manier afgebeeld. De gewaden zijn echter anders van kleur: een lichtgrijze pij met een donkergrijze mantel. Onder de zoom van het kleed zijn nog net de zwarte contouren van de neus van zijn schoen te zien. In zijn rechterhand houdt hij een kruisstaf. Links aan zijn voeten staat de hond die een staf met een witte wereldbol met daarop een okergeel kruis in zijn bek houdt. In zijn linkerhand houdt Sint-Dominicus naast het boek een riem vast waaraan rechts van hem een duivel gebonden is, liggend op de vloer en met de poten omhoog. Het gezicht van de heilige is geschilderd in verschillende gradaties grijs en zwart. Zijn haar is kort en kaalgeschoren op de kruin. De heilige staat op een grijze ondergrond met okergele strepen die doorloopt onder Sint-Franciscus rechts naast hem. Onder de schildering is een opschrift met zijn naam te lezen: 'Scs Dominic[us]'. In deze schildering zijn veel haksporen te zien. Dit kan een toevallige oorzaak hebben maar het kan ook een gevolg zijn van de vernielingen tijdens de reformatie, gezien het feit dat Dominicus de stichter was van een katholieke orde. Links onderaan, bij de zoom van het kleed en de poten van de hond, lijkt een gedeelte bijgewerkt te zijn waarbij er een nieuwe pleisterlaag is aangebracht. Er is een kleurverschil aan te tonen en de structuur van de onderlaag verschilt; het nieuwe pleisterwerk is iets ruwer. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Sint-MargarethaSint-Margaretha is de patrones van vrouwen in barensnood. Ze draagt een wit kleed dat net te zien is onder de mantel van bruin-rode oker die zij daarover draagt. Een punt van de mantel houdt zij in haar linkerhand. Onder haar kleed zijn de zwarte contouren van de neus van haar rechterschoen te zien. In haar rechterhand houdt zij een zwaard met een okergeel heft dat met de punt schuin omhoog wijst. Haar gezicht is geschilderd in verschillende gradaties grijs. waaromheen het lange okergele haar valt. Op haar hoofd draagt ze een okergele kroon die aan de bovenkant voorzien is van vier gestileerde plantenmotieven. Aan een koord houdt ze de draak in bedwang die onder haar voeten ligt. Een deel van de draak lijkt opnieuw bijgewerkt te zijn op een nieuwe pleisterlaag, omdat deze ruwer van structuur is. Onder haar is het opschrift: 'Scs Margaretha' te lezen. Enige bijwerkingen van de schilderlaag hebben in ieder geval plaatsgevonden bij de achterpoten van de draak. Hier is een licht kleurverschil aan te tonen en de ondergrond is ruwer, hetgeen erop kan wijzen dat hier een nieuwe pleisterlaag is aangebracht. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Sint-CatharinaSint-Katharina is de patrones van de wijsgeren, de wagenmakers en de molenaars. Zij staat hier als jonkvrouw afgebeeld met een zwaard en een boek in haar handen, een kroon op haar hoofd en een rad op de achtergrond, wat een veel voorkomende manier is om haar af te beelden. In de vijftiende eeuw en daarna wordt zij een van de populairste heiligen. De heilige staat frontaal afgebeeld en kijkt in oostelijke richting. Om het gezicht, dat is geschilderd in grijze tinten, valt haar lange okergele haar over de schouders, In haar rechterhand hield ze oorspronkelijk het opengeslagen boek, waarvan alleen de uitsparing in haar okerrode kleed nog te zien is. Achter Sint-Katharina is nog een deel van een met scherpe punten bezet rad te zien dat door de heilige wordt oversneden. Onder de schildering staat de inscriptie 'Scs Katharina'. Ze staat op een okerbruine ondergrond die doorloopt onder Sint-Margaretha, rechts van haar. Links naast het hoofd van Sint-Katharina en binnen een gedeelte van de opengeslagen mantel rechts zijn delen van de ondergrond voorzien van een nieuwe pleister- laag waarop bijschilderingen zijn aangebracht. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Sint-ApolloniaSint-Apollonia, de patrones tegen kiespijn. Ze is zó op de pijler geschilderd dat de afbeelding bij binnenkomst van de kerk duidelijk te zien is. Ze staat met haar handen boven haar hoofd vastgebonden aan een paal. geflankeerd door twee beulen met tangen in hun handen. De linker man houdt een potje onder haar hoofd om de kiezen op te vangen. Onder het tafereel staat haar naam: 'Scs Apolonia'. Apollonia draagt een roze rok waarin met een donkere tint schaduw is gegeven aan de plooien. Daarboven draagt ze een wit hemd dat bij de borst nog net onder het roze bovenlijfje is te zien. Haar gezicht is geschilderd in verschillende grijstinten. Haar mond is geopend en de beulen staan op het punt om met tangen de kiezen uit haar mond te trekken. De drie figuren staan op een donker oker- bruine ondergrond waaromheen met zwarte pigmenten contouren zijn aangebracht. Bij deze schildering is het erg moeilijk te bepalen of er delen zijn bijgeschilderd: de uiterst linkerkant van de ondergrond en de ondergrond bij de voeten en benen van de linker beul lijken te zijn bijgeschilderd, omdat hier de kleur op enkele vlakken verschilt van de rest van het oppervlak. Ook zijn er plaatsen waar de structuur van de pleisterlaag ruwer is, hetgeen kan duiden op een nieuw aangebrachte pleisterlaag, er zijn hier echter geen kleurverschillen aan te tonen. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Sint-SebastianusSint-Sebastianus gold in de Middeleeuwen als één van de voornaamste patroonheiligen tegen de pest, omdat de pijl van oudsher het symbool van de pest was. Hier is de heilige afgebeeld als ridder, uitgerust met pijl en boog. Hij draagt een maillot en een hemd en een lange okerrode mantel is om zijn schouders geslagen. Zijn gezicht is geschilderd in grijs en zwart, waaromheen lang rood haar valt. Op zijn hoofd draagt hij een witte hoed waarop een witte veer is vastgespeld. Aan de rechterkant en onder de schildering zijn restanten van rode-okerpigmenten aangetroffen, het is niet duidelijk waartoe deze behoord hebben. Onder de schildering staat het opschrift: 'Scs Sebastian [us]'. Om deze omkadering zijn ook zwarte resten van een spitse driepasboog gevonden. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Jacobus de MeerdereSint-Jacobus de Meerdere is te bezichtigen op de vierde pijler van de kooromgang aan de zuidzijde van de kerk. Deze heilige is een van de twaalf apostelen (en de broer van de evangelist Johannes) die na de Hemelvaart van Christus het evangelie verkondigde in Jeruzalem en Samaria. Over het algemeen wordt Sint-Jacobus de Meerdere afgebeeld als een reizende pelgrim met een lange pij, een breedgerande hoed, een staf, een reistas en een drinkfles. Ook op de schildering in Franeker zijn al deze attributen afgebeeld, op de drinkfles na. De apostel staat in een heuvelachtig landschap. Aan zijn voeten draagt hij okergele schoenen, hetgeen frappant is omdat apostelen gewoonlijk bloots- voets worden afgebeeld. Van het opschrift is alleen 'Scs' nog te lezen. Het is opmerkelijk dat Jacobus de Meerdere de enige apostel is die in de Martinikerk te Franeker afgebeeld staat op de pijlers. De pijlers in een kerk zijn tenslotte hét symbool voor de apostelen: het zijn de pijlers waarop het geloof berust. Vaak staan op de pijlers de twaalf apostelen afgebeeld. Hiervan zijn in Friesland geen voorbeelden meer, maar het was wel het geval in de voormalige Galileërkerk te Leeuwarden. okers op kalk
-
Sint-LucasSint Lucas was arts van beroep en zou volgens een legende ook schilder zijn geweest. Vaak wordt hij afgebeeld terwijl hij de Madonna met kind schildert. In Franeker houdt hij met beide handen een paneel voor zich waar mogelijk het portret van de Madonna met het Christuskind op heeft gestaan. Het enige dat nog op het paneel bewaard is gebleven zijn enkele zwarte lijnen en rechtsonder een strik. T. Graas vermeldt in een opstel dat nog net een portret van Maria te herkennen is. Hij zag Maria met het Christuskind op de linkerarm terwijl haar rechter-hand naar Hem wijst; het zogenoemde Hodegetria-type Maria portret. De symbolische afbeelding van de evangelist is de os, waarvan de kop links naast de heilige is geschilderd. Onder de ossenkop is een turquoise schild geplaatst waarin drie uitsparingen in de vorm van schilden gemaakt zijn. In deze uitsparingen is nu de pleisterlaag zichtbaar, maar ongetwijfeld zullen hier oorspronkelijk wapens, waaronder mogelijk het wapen van het Sint-Lucasgilde, zijn uitgebeeld. De heilige wordt onderaan geïdentificeerd door het opschrift 'Scs Lucas Evangelista]'. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Opschrift (Christusmonogram)Het Christusmonogram: 'i h s'. De verticale lijn van de 'h' wordt aan de bovenzijde horizontaal doorsneden door een lijn, hetgeen betekent dat het hier om een afkorting gaat. De opstaande schacht van de 'h' wordt zo een kruisvorm. Ook deze letters zijn geschilderd met een zwart pigment. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Maria-opschriftOp de boogaanzet van de negende pijler aan de zuidwestzijde is 'Maria', met daaronder 'ioh[an]nes' te lezen (cat.nr. 8.1.e). Boven Maria staan enkele restanten van letters maar hiervan is weinig bewaard gebleven. Waarschijnlijk staat er het Christus- monogram 'ihs', een afkorting van de naam Jezus Christus. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Sint-AdrianusSint-Adrianus, oorspronkelijk Sint-Martinus. De pestheilige Sint-Adrianus is een heidens hoofdman die geïdentificeerd wordt door het opschrift onder de gestalte en door zijn attributen: het zwaard, het aam- beeld en de leeuw. Waarvan de leeuw het symbool is, is niet bekend. Het zwaard wijst op zijn krijgsmansstaat. Sint-Adrianus is ten voeten uit in driekwart aanzicht afgebeeld, gekleed in een bruinrode mantel, een wit hemd en een witte broek. Onder zijn rechterarm is het aambeeld geklemd, en in zijn linkerhand houdt hij het zwaard dat naar boven wijst. Een tekening van de schildering van vóór de restauratie laat echter zien dat hier oorspronkelijk geen Sint-Adrianus was geschilderd, maar dat het waarschijnlijker is dat de figuur Sint-Martinus heeft voorgesteld. Omdat Sint-Martinus de patroonheilige van de kerk is, lijkt dit zeer aannemelijk. Sint-Martinus wordt vaak voorgesteld als een heilige te paard die met een zwaard zijn mantel in tweeën hakt om de helft daarvan aan een bedelaar te geven. De attributen van Sint-Adrianus, het aambeeld en de leeuw, staan op de oude tekening niet afgebeeld; het zwaard wel maar dat is eveneens een attribuut van Sint-Martinus. De hand die in de huidige schildering rechts te zien is, kan wat betreft de houding niet van Sint-Adrianus zijn, maar lijkt oorspronkelijk te behoren aan de bedelaar die om een aalmoes bedelt. Op de tekening is ónder de hand van de bedelaar een punt van de mantel te zien die hij volgens het verhaal aangegeven krijgt. Het dier dat tussen de benen van de heilige te zien is, is vermoedelijk een paard geweest. De leeuw en het aambeeld onder de arm van de heilige en het opschrift onder de heilige zijn dus zeer waarschijlijk door de restaurator gefantaseerd. Onder de heilige is het opschrift: 'Scs Adri....a' te lezen, hetgeen dus hoogstwaarschijnlijk ook bijgeschilderd is. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Sint-HubertusSint-Hubertus is de patroon van de jagers en wordt aangeroepen tegen hondsdolheid. Hij is hier als jager afgebeeld terwijl hij neerknielt voor het hert met het wonderbare kruis in het gewei. Onderaan staat het opschrift 'Scs Hubert[tus]'. De heilige is gekleed in een maillot van geel-rode oker met een korte groene mantel die bij de taille bijeen wordt gehouden. Hij houdt de handen voor zich gevouwen en is gericht naar het hert dat in het gewei een wit kruis draagt waaraan Jezus is genageld. Achter de heilige is zijn paard te zien, waarvan grote delen bijgeschilderd lijken te zijn. Op de achtergrond zijn bomen geschilderd in gele oker. De schildering is plaatselijk erg vlekkerig en pigmenten lijken op verschillende plaatsen verkleurd of vervaagd te zijn. De linker bovenhelft lijkt voorzien te zijn van een nieuwe pleisterlaag, de structuur is hier onregelmatiger dan op de rest van de schildering. De schildering zou in dit geval op deze plek bijgeschilderd moeten zijn, maar een kleurverschil is met het blote oog niet te zien. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Sint-RochiusEen pestheilige is te herkennen aan het opschrift 'Scs [sanctus] Rochius' . De heilige wordt geflankeerd door een engel aan de rechterzijde en links door een hond die naar hem opkijkt met een okergeel brood in zijn muil. Sint-Rochius draagt een witte mantel met okergele biezen bij de zoom en bij de sluiting; de omslagen van de mouwen en de schouders zijn groen. Met zijn linkerhand licht hij de mantel op. waardoor een pestbuil op zijn witte kniebroek zicht- baar wordt. In zijn rechterhand houdt hij een bruine staf. Op zijn rug hangt een bruine tas die met een band om zijn bovenlijf vastgemaakt is. De heilige is op geheel traditionele wijze afgebeeld. Op meerdere plekken is een nieuwe pleisterlaag aan- gebracht waarop de schildering is bijgewerkt. Door verkleuring van de pigmenten, behorende bij de retouches, is er een duidelijk verschil te zien tussen het oorspronkelijke en het nieuw aangebrachte schilderwerk. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Sint-ChlothildeSint-Chlothilde is de patroonheilige tegen de onverwachte dood en de koorts. De heilige is frontaal, ten voeten uit geschilderd met haar attributen: een model van een kerk en een kroon op haar hoofd. Ze draagt een groene mantel die is afgezet met okergele biezen en schouderomslag. Onder de mantel draagt ze een wit kleed dat ter hoogte van haar middel gedeeltelijk is verdwenen. Op deze plek hield ze oorspronkelijk haar rechterhand, die nu ook niet meer te zien is. De linker bovenhelft van de voorstelling lijkt voorzien te zijn van een nieuwe pleisterlaag; de structuur van de ondergrond is namelijk onregelmatiger dan bij de rest van de schildering. Als dit inderdaad een nieuwe pleisterlaag is, dan is de schildering op deze plek bijgeschilderd, maar een kleurverschil is met het blote oog niet waar te nemen. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Sint-Maartenskerk te Franeker"De muurschilderingen, die waarschijnlijk rond 1500 zijn aangebracht, werden in 1860 ontdekt bij het aanleggen van gasverlichting. Ze bevinden zich op de pijlers in het schip en op de pijlers die het koor van de kooromgang scheiden. Er zijn enkele beschermers tegen ziekten en kwalen, schutspatronen van ambachten en stichters van kloosterorden te zien. De hier bewaard gebleven heiligenafbeeldingen zijn uniek in Friesland. De meeste heiligen zijn beschermers tegen de pest maar ook patroonheiligen tegen andere ziekten of kwalen komen hier voor. Waarschijnlijk speelden deze aandoeningen en ambachten een grote rol in de geloofsgemeente van Franeker aan het einde van de vijftiende en in het begin van de zestiende eeuw. Een voorzichtige datering kan gemaakt worden naar aanleiding van de heiligen die hier zijn geschilderd. De meeste, zoals Sint-Rochius, Sint-Catharina, Sint-Margaretha en Sint-Apollonia, zijn pas in de late Middeleeuwen en daarna populair. Daarnaast zijn de opschriften onder de figuren laat vijftiende- óf vroeg zestiende-eeuws. De details in de contouren en de platte mutsachtige hoofddeksels wijzen ook op deze datering. De schilderingen worden hierdoor gedateerd in de periode rond 1500.“ (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) "Op drie zuilen van het koor en op twee van den zuiderzijbeuk muurschilderingen (XV d, blootgelegd in 1860): H. Appolonia, H. Hubertus, H. Rochus e.a.; in het middenschip zijn deze schilderingen met een gordijn bedekt.” (bron: Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel IX. De provincie Friesland)
-
BoogfriesIn het midden, recht boven het venster, ontbreekt een gedeelte. De boogfries is geschilderd met rode oker, grijs/ zwart en blauw. Links van het raam zijn twee lijnen boven elkaar te zien waarin een visgraatmotief is aangebracht in rode oker en zwart. Rechts van het raam zijn twee grijs/zwarte lijnen boven elkaar zichtbaar waarin met blauw en rode oker golvende lijnen zijn geschilderd, hetgeen aandoet als restanten van plantenmotieven. rode oker, blauw en grijs/zwart op kalk
-
Nederlands-Hervormde Kerk te JanumTijdens een restauratie van de kerk in 1943-1947 is er een geschilderde boogfries boven het licht spitsgebogen venster in de tweede travee aan de noordkant ontdekt. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600)
-
Fries met twee engelen en een aantal ChristusfigurenEr zijn drie afbeeldingen van Christus geschilderd in diverse gradaties oker en zwart. Gezien de vorm en de plaats van het fragment lijkt dit deel uit gemaakt te hebben van een fries die rond het koor en waarschijnlijk gedeeltelijk in het schip aangebracht was. Links ziet men fragmenten van het hoofd van Christus met nimbus. In het midden bevindt zich, aan de houding te zien, een zittende Christus waarvan alleen het bovenlijf bewaard is gebleven. Hij is voorzien van een nimbus en gaat gekleed in een wijdvallende mantel waarvan de mouwen met decoratieve motieven zijn afgezet. Hij draagt een baard en kort haar en heeft een opvallend starende blik. De armen houdt hij gestrekt voor zich, en daarnaast ter hoogte van zijn hoofd, staan de letters 'DE' onder elkaar geschilderd. Daarnaast is een aantal zwarte lijnen te zien waaruit niet af te leiden is wat het voorstelt, doordat de schildering hier erg fragmentarisch is. Achter Christus zijn fragmenten von twee engelen zichtbaar, waarvan alleen de vleugels, de hoofden en delen van de schouders bewaard zijn gebleven. Ten westen hiervan is nogmaals een frontaal geplaatste, zittende figuur te zien, waarschijnlijk een op een troon gezeten Christus. Ook dit gedeelte is erg fragmentarisch. De schildering wordt boven de figuren afgesloten met een dubbele band in rode oker. Waarschijnlijk hebben vroege Romaanse miniaturen als voorbeeld gediend voor deze schildering. Overeenkomsten met deze miniaturen zijn het duidelijkst in de weergave van het hoofd: de starende blikken, de gelaatstrekken die in krachtige lijnen zijn aangegeven, en de korte haardracht. Daarnaast lijkt het in krachtige lijnen geschilderde modelé van het gewaad van de zittende Christus in het midden, ook geïnspireerd te zijn op deze miniaturen. De schildering kan, op basis van deze veronderstelling, in de twaalfde eeuw of in het begin van de dertiende eeuw aangebracht zijn. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) okers op kalk
-
Nederlands-Hervormde Kerk te HogebeintumDeze muurschildering wordt gezien als de oudste muurschildering in Friesland, vervaardigd in de twaalfde óf in het begin van de dertiende eeuw. Fries met twee engelen en een aantal Christusfiguren. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600)
-
Vier kruizen en een oneindige knoopDe vier kruizen zijn boven elkaar geschilderd; de armen van de kruizen verbreden zich vanuit het centrum naar buiten waarbij de zijkanten van de armen een rechte lijn vormen. Rechts van de kruizen bevindt zich een oneindige knoop, geschilderd in okerrode lijnen. Doordat een oneindige knoop geen begin en geen einde bezit, wordt dit wel gezien als een symbool voor God of een eeuwigheidssymbool. Links van de kruizen is een klein fragment van de onderkant van een tweede oneindige knoop te zien, ook geschilderd met okerrode lijnen. rode oker op kalk
-
Nederlands-Hervormde Kerk te GenumTijdens een restauratie van de kerk in 1973 is op het noordoostelijke muurvlak van het koor een schildering gevonden en vrijgelegd. De schildering toont een viertal kruizen en een oneindige knoop, geschilderd in rode oker. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600)
-
Afbeelding van een figuurEen kleine frappante figuur is aangetroffen naast de preekstoel op het noordoostelijke muurvlak in het koor. De gestalte is met minimale zwarte lijnen aangegeven. Hij staat frontaal afgebeeld en lijkt een speer of stok in zijn handen te houden. Wie of wat de figuur voorstelt is niet bekend, het kan zijn dat het hier gaat om een karikatuur met of zonder bijbehorende betekenis. Gezien de plek waar de schildering is aangebracht is het niet onwaarschijnlijk dat de figuur een symbolische betekenis heeft, of met een speciale bedoeling is aangebracht. Een soortgelijke figuur komt ook voor in de Nederlands-hervormde kerk te Dronrijp waarvan wel wordt vermoed dat ze is aangebracht tijdens de reformatie, wellicht ter ontheiliging van de kerk, hetgeen een plausibele gedachte lijkt te zijn. Wanneer de figuur in het koor in Oostrum ook om deze reden is aangebracht dan is de locatie van de schildering goed te verklaren. Het koor is voor de katholieken de belangrijkste ruimte in een kerk, hetgeen strijdig was met de opvattingen van de reformatoren, wat op deze wijze goed zichtbaar is gemaakt voor de kerkgangers. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600)
-
Afbeelding van een torenDe toren bestaat uit een breed basement dat naar boven tweemaal inspringt. Het dak van de toren is niet te zien doordat grote delen van het geschilderde oppervlak én de pleisterlaag in de loop der tijd zijn verdwenen. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) rode oker op kalk
-
Afbeelding van een kerkVerder naar het oosten is, op het muurvlak tussen de vierde en de vijfde travee, wederom een muurschildering aangetroffen waarop een kerk staat afgebeeld. De toren heeft een spits dak en loopt naar beneden breder uit. Boven in de toren zijn twee rondgebogen galmgaten te zien. Net onder het dak zijn contouren van een lager zadeldak te herkennen. Ook hier zijn twee schilderingen over elkaar aangebracht. Het schip is voorzien van een zadeldak dat is aangegeven met elkaar kruisende lijnen. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) rode oker op kalk
-
Afbeelding van een kerkEen afbeelding van een grote kerk geschilderd voorzien van een hoge spitse toren. Rechts daarvan bevinden zich over elkaar een zijaanzicht èn een dwarsdoorsnede van een schip. Deze afbeelding lijkt, eventueel ter correctie, over een eerdere voorstelling van een kerk heen te zijn geschilderd. Onder de huidige schildering die geschilderd is met dunne, scherpe lijnen, zijn vage resten van een schip en een toren te zien. Aan de oostzijde is dit het duidelijkst. Net onder het dak van het schip is een derde dak te zien, ook aangegeven met elkaar kruisende lijnen, waaronder rondbogen te zien zijn die gesteund worden door brede zuilen of pilasters. Het lijkt hier te gaan om een dwarsdoorsnede waarbij de gewelven zijn weergegeven. Naast de huidige goed zichtbare toren zijn vage resten van een tweede toren te onderscheiden. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) rode oker op kalk
-
OpschriftHet opschrift is geschilderd met een donkergrijs pigment. Bovenaan zijn delen van een aantal letters te zien maar het is niet duidelijk wat er staat. Onder is het jaartal '1582' te lezen. Onder het jaartal zijn nog enkele fragmenten van letters te zien. Ook deze zijn te fragmentarisch om uit op te maken wat er oorspronkelijk heeft gestaan. Volgens Van den Berg hoeft het geschilderde jaartal niet noodzakelijkerwijs uit dezelfde tijd te stammen als de muurschilderingen en behoort het eerder tot een epitaaf of een reformatorisch opschrift. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) donker grijze pigmenten op kalk
-
Afbeelding van een kerkEen vage voorstelling van twee elkaar overlappende kerken is even verder op het muurvlak van de derde travee te zien. Deze kerk zou de kleine kerk van Dokkum kunnen voorstellen. In deze afbeelding zijn alleen de contouren van het gebouw aangegeven in rode oker. Links is een toren met een spitsdak, of een tentdak te onderscheiden waarvan de pigmenten erg vervaagd zijn. Rechts daarvan is een schip te zien waarvan de achterkant naar de linker toren is geplaatst. Op de voorgrond is links een golvende lijn te zien, en daarnaast een vogel op een achtergrond van resten rode pigmenten. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) rode oker op kalk
-
Afbeelding van een kerkVermoedelijk de voormalige abdijtoren- en kerk van Dokkum. De kerk is voorzien van een lange slanke toren met galmgaten en een spits puntdak, en een schip waarin een vijftal ramen te zien is. De eerste drie ramen, vanaf de toren gezien, zijn rondgebogen, de overige zijn voorzien van spitsbogen. Midden boven het dak is een dakruiter te zien met een iets rond, spits toelopend dak. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600) rode oker op kalk
-
Nederlands-Hervormde Kerk te OostrumEen zestal opmerkelijke schilderingen. Vier muurschilderingen zijn voorstellingen van kerken, geschilderd in aanzicht of doorsneden. Eén schildering is een voorstelling van een toren. Ook is er in het schip een opschrift gevonden en een frappant figuur in het koor. Welke betekenis de afbeeldingen van de kerken hebben is niet bekend. Mogelijk voortekeningen die als schets voor een daadwerkelijke schildering fungeerden. (bron: Aldus is opgeschilderd. Middeleeuwse muurschilderingen in Friese kerken 1100 - 1600)
-
Decoratieve architectuurimitatiesOp de koepelgewelven in de eerste en tweede travee zijn in 1942, tijdens een restauratie van de kerk, de dertiende of veertiende eeuwse decoratieve schilderingen aangetroffen. De schilderingen in de derde travee vanaf de westzijde zijn bijschilderingen uit 1942. Op de koepelgewelven zijn ribben gesuggereerd door lijnen waarbinnen decoraties zijn aangebracht; kepers, spiralen en blokverdelingen wisselen elkaar hierbij af. Aan weerszijden van de ribben zijn plantenmotieven geschilderd die bestaan uit golvende ranken met daar- omheen bladvormen. De geschilderde ribben ontspringen ongeveer een halve meter boven de grond op de pijlers en komen boven in elke koepel samen in een geschilderde cirkel. Deze lijken sluitstenen voor te stellen waarin verschillende vlakverdelingen in geometrische vormen zijn aangebracht. Op de gordelbogen zijn eveneens verschillende vlakverdelingen geschilderd, waardoor gesuggereerd wordt dat deze uit grote steenblokken gemetseld zijn. rode oker en grijs/zwart op kalk